Haagse 'spirituele healer' veroordeeld voor verkrachting twee vrouwen — RBDHA:2026:7512
verkrachting / seksueel misbruik door spirituele healer
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 1959)
Verdachte veroordeeld voor verkrachting van twee vrouwen tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk.
- Verdachte gebruikte zijn rol als spirituele healer en psychisch overwicht om vrouwen te bewegen seksuele handelingen te ondergaan, wat als dwang in de zin van verkrachting kwalificeert.
- Schakelbewijs toegepast: de verklaringen van twee onbekende aangeefsters bevatten identieke details (chips, rozenwater, tasje met medicijnen, gelijke seksuele handelingen) die niet uit publieke mediaberichtgeving konden worden geput.
- Verdachte had eerder een beroepsverbod opgelegd gekregen wegens ontucht in zijn hoedanigheid als spiritueel healer, maar oefende dit beroep kennelijk toch uit.
- Bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv gehaald doordat de verklaringen van de aangeefsters over en weer als steunbewijs voor elkaar worden gebruikt.
- Beide aangeefsters kregen alcohol aangeboden voorafgaand aan de seksuele handelingen, wat bijdroeg aan de kwetsbare en ongelijkwaardige situatie.
Samenvatting
Een man uit Den Haag die zich voordeed als spirituele healer heeft twee vrouwen verkracht tijdens zogenaamde healing-sessies. De rechtbank Den Haag veroordeelde hem op 2 april 2026 voor beide feiten.
De eerste zaak speelde op 23 december 2019. Een vrouw bezocht de verdachte met persoonlijke problemen, waarvoor zij via via bij hem terecht was gekomen. De man gaf haar alcohol, met de mededeling dat hij zo in haar leven kon kijken. Vervolgens deed hij de deur op slot en misbruikte hij zijn rol als spiritueel begeleider om seksuele handelingen te verrichten, waaronder penetratie. Hij zou haar hebben verteld dat orgasmes haar van haar hoofdpijn zouden afhelpen.
De tweede zaak dateert van 8 maart 2024. Een andere vrouw bezocht hem met vergelijkbare klachten. Ook zij kreeg alcohol aangeboden en werd opgedragen zich volledig uit te kleden. De man beweerde dat hij haar 'liefdesblokkade' zou weghalen en dat zij zeven keer een orgasme moest krijgen. Ook bij haar werden seksuele handelingen verricht zonder haar instemming.
De verdachte ontkende bij de rechter beide vrouwen te hebben aangeraakt. Hij beweerde ook niet als spiritueel healer werkzaam te zijn. Dat laatste wordt echter weersproken door zijn eigen verleden: hij was eerder veroordeeld voor ontucht in precies die hoedanigheid, en hem was destijds een beroepsverbod opgelegd.
Een complicerende factor in dit soort zedenzaken is dat er doorgaans geen getuigen zijn. De rechtbank moet het dan doen met de verklaringen van de aangeefsters zelf, aangevuld met ander bewijs. De wet vereist dat de verklaring van één getuige niet op zichzelf mag staan. In dit geval loste de rechtbank dat op via zogeheten schakelbewijs: de verklaringen van de twee vrouwen — die elkaar niet kennen — bevatten opvallend veel overeenkomsten die zij niet uit media-berichtgeving konden hebben gehaald. Beiden beschreven hoe de man chips aanbood, hen besprenkelde met rozenwater, hen een tasje met medicijnen meegaf en vrijwel dezelfde seksuele handelingen bij hen verrichtte. De rechtbank achtte de verklaringen daardoor betrouwbaar en bruikbaar als bewijs over en weer.
De rechtbank sprak de man schuldig aan verkrachting in beide gevallen en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en een nieuw beroepsverbod als bijzondere voorwaarde.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6489, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, 09/324160-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6313, Rechtbank Den Haag, 16-03-2026, 09/027630-23
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6314, Rechtbank Den Haag, 16-03-2026, 09/027638-23
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:5042, Rechtbank Den Haag, 12-03-2026, 09/265467-25 en 09/335744-25 (ttz. gev.)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
09/243114-25 en 22/001610-23 (tul)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7512