Bestuurder veroordeeld voor rijden onder invloed en ongeldig rijbewijs — RBDOR:2010:BN9454
verkeersstrafrecht / rijden onder invloed en rijden met ongeldig rijbewijs
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
De verdachte werd veroordeeld voor zowel rijden onder invloed als rijden met een ongeldig rijbewijs.
- Rijden onder invloed met 305 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (limiet: 220 µg/l)
- Rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs terwijl verdachte dit wist of redelijkerwijs moest weten
- Voorwaardelijk opzet: verdachte aanvaardde bewust de aanmerkelijke kans dat zijn rijbewijs ongeldig was
- Verklaring verdachte dat hij zijn rijbewijs al had opgehaald werd als kennelijk leugenachtig aangemerkt
Samenvatting
Op 9 januari 2009 werd een man aangehouden op de Lindtsedijk in Zwijndrecht nadat agenten hem zagen rijden en alcohollucht roken. Een blaastest wees uit dat zijn adem 305 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bevatte, ruim boven de toegestane limiet van 220 microgram. Daarmee stond feit één al snel vast: rijden onder invloed.
Maar er was meer aan de hand. Uit navraag bij het CBR bleek dat het rijbewijs van de man al sinds 7 februari 2007 ongeldig was verklaard. Het CBR had hem eerder opgeroepen voor een onderzoek naar zijn rijvaardigheid, bestaande uit twee onderdelen: een psychiatrisch en een laboratoriumonderzoek. Hoewel hij meewerkte aan het psychiatrisch gedeelte, leverde hij geen laboratoriumuitslagen in. Daardoor had het CBR zijn rijbewijs ongeldig verklaard en was hem een besluit aangetekend verstuurd naar het adres waarop hij destijds ingeschreven stond. Die brief kwam nooit retour.
De verdachte beweerde tegenover de politie dat hij zijn rijbewijs al voor 9 januari 2009 had opgehaald. Maar uit de administratie van het CBR bleek dat zijn nieuwe rijbewijs pas op 13 januari 2009 was afgegeven, dus vier dagen ná het incident. Dat een rijbewijs nooit eerder wordt uitgereikt dan de datum die erop staat vermeld, is algemeen bekend. De politierechter oordeelde dat de verklaring van de verdachte dan ook aantoonbaar leugenachtig was en bedoeld om de waarheid te verbergen.
De rechter concludeerde dat de verdachte bewust het risico had aanvaard dat zijn rijbewijs op het moment van rijden nog steeds ongeldig was. Hij had immers de CBR-correspondentie ontvangen en deels ook op gereageerd, wist van de ongeldigverklaring en kon op basis van de feiten redelijkerwijs weten dat hij niet bevoegd was een auto te besturen. Daarmee was ook het opzet voor het rijden zonder geldig rijbewijs bewezen.
De officier van justitie eiste voor het rijden onder invloed een geldboete van 420 euro (subsidiair 8 dagen hechtenis), en voor het rijden met een ongeldig rijbewijs een geldboete van 380 euro (subsidiair 7 dagen hechtenis) én een werkstraf van 30 uur (subsidiair 15 dagen hechtenis). De verdachte was niet aanwezig bij de zitting van 10 mei 2010, hoewel hij eerder op 22 maart 2010 wel verschenen was en de zaak toen juist was aangehouden zodat hij een advocaat kon regelen. De politierechter stelde vast dat hij op correcte wijze was opgeroepen en kennelijk afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
De zaak werd behandeld door een andere politierechter dan bij de eerste zitting, waardoor het onderzoek formeel opnieuw moest worden aangevangen. Het mondeling vonnis werd uitgesproken op de zitting zelf.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2022:9546, Rechtbank Rotterdam, 08-11-2022, 10/002309-22
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2022:3166, Rechtbank Amsterdam, 10-06-2022, 13/308944-21
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2018:4815, Rechtbank Rotterdam, 20-04-2018, 10/742141-17
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2018:4812, Rechtbank Rotterdam, 20-04-2018, 10/691020-17 / vordering TUL VV: 10/701259-15
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 mei 2010
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
11/800111-09
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDOR:2010:BN9454