ECLI:NL:RBGEL:2016:6815, Rechtbank Gelderland, 15-12-2016, AWB - 15 _ 5186 — RBGEL:2016:6815
Samenvatting
De rechtbank stelt voorop dat het doel van de verantwoording van een AWBZ-pgb kennelijk is dat verweerder een voldoende duidelijk beeld krijgt van de wijze waarop het pgb is besteed. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 4 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2791, waar de CRvB overweegt dat het erom gaat dat dat de rechtmatigheid van de besteding van het toegekende pgb objectief moet kunnen worden gecontroleerd. De verplichtingen zoals deze zijn neergelegd in artikel 2.6.9 van de Rsa moeten naar het oordeel van de rechtbank ook in dat licht worden beschouwd. Daarbij is van belang dat de wijze van verantwoording die verweerder voorstaat doorgaans het meeste inzicht zal bieden in de wijze van besteding. Doorgaans wordt het pgb immers grotendeels of geheel aangewend om zorgverleners rechtstreeks te betalen voor door hen verleende zorg. De betaling is in dat geval een compensatie voor de tijd en moeite die de zorgverlener heeft besteed aan het verlenen van zorg. In dat geval zal aannemelijk moeten worden dat de zorgverlener daadwerkelijk (kwalitatief goede) zorg heeft verleend, hiervoor een beloning vraagt die in overeenstemming is met de gesloten zorgovereenkomst, alsmede dat de budgethouder deze beloning daadwerkelijk heeft betaald. De budgethouder kan dit aannemelijk maken door het overleggen van (onder meer) een urenregistratie, facturen en betalingsbewijzen. Naar het oordeel van de rechtbank is het echter niet uitgesloten dat in een geval als het onderhavige een andere wijze van verantwoording verweerder feitelijk tenminste evenveel inzicht biedt in de wijze waarop het pgb is besteed. Daarbij is van belang dat het bij de reis- en verblijfkosten niet gaat om een beloning voor de door de zorgverleners verleende zorg, maar om compensatie voor de door hen gemaakte kosten. In dat geval dient aannemelijk te worden dat de kosten (ten behoeve van de zorgverleners) daadwerkelijk zijn gemaakt en betaald (vanuit het pgb). Als een andere wijze van verantwoording tenminste evenveel inzicht biedt in de wijze waarop het pgb is besteed kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volgehouden dat de budgethouder niet aan zijn verplichting tot verantwoording heeft voldaan. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder de verantwoording van de litigieuze kosten ten onrechte heeft afgekeurd. De door eiser ingediende stukken bieden een adequaat en inzichtelijk beeld van de wijze waarop het pgb is besteed, op basis waarvan voldoende aannemelijk is dat het litigieuze bedrag is besteed aan het voldoen van de reis- en verblijfkosten van de zorgverleners. De door verweerder voorgestane wijze van verantwoording zou niet tot méér inzicht hebben geleid. Onder die omstandigheden kan eiser niet worden tegengeworpen dat hij de kosten op een andere manier heeft verantwoord. Ten overvloede merkt de rechtbank in dat verband nog op dat verweerder deze wijze van verantwoording in voorgaande jaren kennelijk eveneens voldoende inzichtelijk vond, nu de verantwoording in die jaren op basis van vergelijkbare bewijsstukken steeds (al dan niet nadat eiser bezwaar had gemaakt) is goedgekeurd.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2018:686, Rechtbank Gelderland, 15-02-2018, AWB - 17 _ 1133
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2017:2508, Rechtbank Gelderland, 04-05-2017, AWB - 16 _ 2320
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2016:3811, Rechtbank Gelderland, 14-07-2016, AWB - 14 _ 7931
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2016:3158, Rechtbank Gelderland, 14-06-2016, AWB - 14 _ 8961
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 december 2016
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB - 15 _ 5186
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2016:6815