ECLI:NL:RBGEL:2018:5731, Rechtbank Gelderland, 05-11-2018, C/05/340087 / FA RK 18-2184 en C/05/340088 / JE RK 18-914 — RBGEL:2018:5731
Samenvatting
Primair verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar (pasgeboren) kind. Subsidiair verzoek tot ondertoezichtstelling en UHP. De moeder wil zelfstandig voor het kind zorgen. Dit is naar het oordeel van de rechtbank echter niet mogelijk en ook strijdig met het belang van het kind. Er is sprake van dermate uitzonderlijke omstandigheden dat deze een gezagsbeëindiging rechtvaardigen en noodzakelijk maken in het belang van het kind en de moeder zelf. De persoonlijke problematiek van de moeder is dermate omvangrijk, dat zij zelf reeds zeer intensieve ondersteuning en hulp nodig heeft om enige kwaliteit van (een verzorgd) leven te waarborgen. Zij zal haar hele leven lang aangewezen zijn op intensieve begeleiding. De zorg voor een kindje vormt een langdurige belasting en een grote verantwoordelijkheid, die zij er naar verwachting niet bij zou kunnen hebben. Bij de verzorging en opvoeding van een kind, zou de moeder bovendien nog meer (intensieve) hulp nodig hebben. Echter, uit alle stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de moeder hulp vaak afwijst omdat zij die niet nodig acht. Er kan dan ook van worden uitgegaan dat zij geen of onvoldoende hulp zal accepteren bij de opvoeding en verzorging van het kind. Dit zal niet (binnen een voor het kind aanvaardbare termijn) anders worden. Een gezagsbeëindiging doet recht aan de situatie, omdat het perspectief op een verblijf bij de moeder ontbreekt. Hierin prevaleert het belang van het kind op een goede start en een veilige en gezonde ontwikkeling boven het belang van de moeder om (een kans te krijgen om) voor haar kind te kunnen zorgen. De beslissing zal een inbreuk betekenen op het recht van de moeder en het kind op family life, maar deze inbreuk is naar het oordeel van de rechtbank gerechtvaardigd ter bescherming van de gezondheid van het kind.
Betrokken advocaten
Van Schie advocaten, NIJMEGEN
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:8064, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-12-2025, 21-001123-25
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:8065, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-12-2025, 21-001124-25
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:8066, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-12-2025, 21-001152-25
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5423, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-09-2025, 21-004818-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 november 2018
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/05/340087 / FA RK 18-2184 en C/05/340088 / JE RK 18-914
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2018:5731