ECLI:NL:RBGEL:2025:2401, Rechtbank Gelderland, 28-03-2025, ARN 23_1908 — RBGEL:2025:2401
Samenvatting
Belanghebbende heeft in de aangifte IB/PVV 2017 een verlies uit aanmerkelijk belang aangegeven. De inspecteur heeft dit verlies niet geaccepteerd. De inspecteur heeft het verlies uit aanmerkelijk belang vastgesteld op nihil. Partijen houdt verdeeld of belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft in de zin van artikel 4.6, letter a, dan wel letter b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende geen aanmerkelijk belang heeft in de zin van artikel 4.6, letter a, dan wel letter b, van de Wet IB 2001. De inspecteur heeft het verlies uit aanmerkelijk belang terecht op nihil vastgesteld. Het beroep is ongegrond. Belanghebbende heeft wel recht op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:11078, Rechtbank Gelderland, 10-12-2025, AWB 24/4997
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:10168, Rechtbank Gelderland, 26-11-2025, AWB 24/5355 en 24/5433
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:9889, Rechtbank Gelderland, 19-11-2025, AWB 24/2640
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:9888, Rechtbank Gelderland, 19-11-2025, ABW 24/2639
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 maart 2025
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
ARN 23_1908
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:2401