ECLI:NL:RBGEL:2025:5685, Rechtbank Gelderland, 27-06-2025, C/05/445636 / FZ RK 24-3089 — RBGEL:2025:5685
Samenvatting
De rechtbank wijst een op 27 december 2024 ingekomen verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om via de gemeente haar achternaam toe te voegen aan de achternaam van de kinderen af omdat een juridische grondslag voor dit verzoek ontbreekt. Op 1 januari 2024 is de WIGG in werking getreden. Daardoor is de keuzemogelijkheid van ouders voor de geslachtsnaam van hun kinderen uitgebreid met de keuze voor een gecombineerde geslachtsnaam, bestaande uit die van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde. De WIGG kent een overgangsregeling voor kinderen geboren op of na 1 januari 2016. De minderjarigen vallen onder de overgangsregeling. De overgangsregeling gold tot 1 januari 2025 en de ambtenaar van de burgerlijke stand is daarna niet meer bevoegd om een akte naamskeuze op grond van het overgangsrecht op te maken. Als één van beide ouders niet meewerkt aan de keuze voor een gecombineerde geslachtsnaam, biedt het overgangsrecht van de WIGG geen mogelijkheid voor wijziging van de geslachtsnaam van het kind. De moeder heeft aangevoerd dat de toepassing van het overgangsrecht discriminerend zou werken en de betreffende wetsbepaling in strijd is met internationaalrechtelijke bepalingen zoals neergelegd in het EVRM, IVBPR en EU-Handvest. De rechtbank oordeelt echter dat de ouders voor de huidige achternaam van de kinderen hebben gekozen. De rechtbank merkt verder op dat op grond van artikel 94 van de Grondwet bepalingen van nationaal recht waarvan de toepassing niet verenigbaar is met eenieder verbindende verdragsbepalingen, door de rechtbank buiten toepassing moeten worden gelaten. Daargelaten of hier sprake is van dergelijke met verdragsbepalingen strijdige bepalingen, vraagt de moeder de rechtbank niet alleen om een voorgeschreven moment voor naamskeuze (namelijk vóór 1 januari 2025) buiten toepassing te laten, maar ook om te passeren dat de ouders niet gezamenlijk hebben verklaard dat de kinderen een geslachtsnaam behoren te krijgen die bestaat uit een combinatie van de geslachtsnamen van beide ouders. Bovendien zou de rechtbank ook de volgorde van deze geslachtsnamen moeten bepalen nu de ouders die ook niet eensluidend hebben gekozen. Dit alles gaat naar het oordeel van de rechtbank de rechtsprekende taak van de rechtbank te buiten. Ten slotte merkt de rechtbank nog op dat de twee oudste minderjarigen al ruim acht jaar oud zijn en zich al die tijd met hun huidige achternaam hebben geïdentificeerd. Onder meer artikel 8 IVRK beschermt ook hun recht op behoud van identiteit, waarvan de achternaam onderdeel is.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:27036, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, C/09/695262 / FA RK 25-8962
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26662, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, C/09/695751 / JE RK 25-2090
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26650, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, C/09/693295 / FA RK 25-7912
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13139, Rechtbank Rotterdam, 13-11-2025, C/10/705970 / FA RK 25-6663
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 juni 2025
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/05/445636 / FZ RK 24-3089
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:5685