ECLI:NL:RBGEL:2026:2052, Rechtbank Gelderland, 11-03-2026, AWB 22/3974, 22/3980, 22/4014, 22/4015 en 23/4204 — RBGEL:2026:2052
Samenvatting
De inspecteur heeft aan belanghebbende aanslagen IB/PVV opgelegd voor de jaren 2009 tot en met 2012. De inspecteur heeft voor alle jaren een verkapte dividenduitkering in aanmerking genomen vanwege de leningen die belanghebbende bij zijn vennootschap(pen) had en enkele rechtshandelingen die de vennootschap(pen) hebben verricht. Voor de jaren 2011 en 2012 heeft de inspecteur de leningen bij de vennootschap(pen) niet in aanmerking genomen als box 3 schuld, omdat de leningen fiscaal zijn geherkwalificeerd als winstuitkering. De rechtbank is van oordeel dat voor de jaren 2009 en 2011 de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard vanwege een onherroepelijke informatiebeschikking. Belanghebbende heeft onvoldoende gedaan om alsnog de gevraagde informatie aan de inspecteur te overleggen en daardoor is deze bewijsrechtelijke sanctie ook proportioneel. De redelijke schatting van de inspecteur voor 2009 laat de rechtbank in stand. Voor 2011 is de rechtbank van oordeel dat geen sprake kan zijn van een verkapte dividenduitkering omdat geen sprake is van winst, winstreserves of te verwachte winst in de vennootschap(pen). Het in aanmerking nemen van een verkapte winstuitdeling is dan niet redelijk. De schatting van het box 3 inkomen blijft wel in stand. Voor 2012 is geen sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij belanghebbende heeft uitgenodigd en aangemaand voor het doen van aangifte IB/PVV over dat jaar. Van een verkapte dividenduitkering is in 2012 geen sprake, omdat in dat jaar geen onttrekking heeft plaatsgevonden. De inspecteur heeft wel aannemelijk gemaakt dat het box 3 inkomen hoger moet worden vastgesteld. De beroepen betreffende de aanslagen IB/PVV 2011 en 2012 zijn gegrond. Het beroep betreffende de aanslag IB/PVV 2009 is ongegrond. Het beroep betreffende de aanslag IB/PVV 2010 is eveneens ongegrond. De inspecteur heeft het bezwaar tegen die aanslag niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij verschoonbaar te laat bezwaar heeft gemaakt.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2023:3756, Rechtbank Gelderland, 03-07-2023, 05-303024-20
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:3754, Rechtbank Gelderland, 03-07-2023, 05-298741-20
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:3755, Rechtbank Gelderland, 03-07-2023, 05-298767-20
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:3753, Rechtbank Gelderland, 03-07-2023, 05-297793-20
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
AWB 22/3974, 22/3980, 22/4014, 22/4015 en 23/4204
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2052