Kinderrechter legt rustigere omgangsregeling vast na verzoek kinderen — RBGEL:2026:2313
zorgregeling / omgangsregeling na scheiding — informele rechtsingang minderjarige
Eiser / verzoeker
Twee minderjarige kinderen (informele rechtsingang)
Verweerder / gedaagde
Moeder en vader (belanghebbenden)
Kinderrechter legt voorlopige zorgregeling vast (om de week vrijdag tot zondag bij vader) en houdt definitieve beslissing aan tot 28 december 2026 pro forma.
- Kinderen maakten gebruik van de informele rechtsingang (art. 1:251a lid 4 BW) om zelf de kinderrechter te benaderen over de zorgregeling
- Kinderrechter legt voorlopige zorgregeling vast: om de week vrijdag 15:30 tot zondag 18:30 uur bij vader, conform advies Raad voor de Kinderbescherming
- Definitieve beslissing aangehouden tot 28 december 2026, zodat hulpverlening via at.zorg en gemeentelijke casusregisseur kan worden gevolgd
- Rechter waarschuwt dat verdere beperking van omgang het risico vergroot dat contact met vader volledig wegvalt, wat niet in belang van de kinderen is
- Hulpverleningsdoelen gericht op verwerking van onveiligheidservaringen, emotieregulatie, schoolverzuim en ontlasten van kinderen van volwassenproblematiek
Samenvatting
Twee kinderen stapten zelf naar de kinderrechter om minder contacttijd met hun vader te vragen. Ze maakten gebruik van de zogenoemde 'informele rechtsingang', een wettelijke mogelijkheid waarmee minderjarigen van twaalf jaar en ouder zelfstandig toegang hebben tot de rechter. De zaak speelt in Zutphen en betreft twee kinderen uit een complexe scheiding.
Uit onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming bleek dat de kinderen kampen met aanhoudende spanningsklachten rondom de vader. De school maakt zich zorgen: één kind staat in een 'overlevingsstand' en heeft angstige momenten, het andere is introvert en moeilijk leerbaar. Beide kinderen verzuimen regelmatig van school. Beide kinderen zijn hoogbegaafd, wat extra aandacht vraagt in de begeleiding.
De Raad constateerde dat de ouders er onvoldoende in slagen samen het ouderschap vorm te geven. De vader herkent de zorgen van de kinderen niet, terwijl de moeder te sterk meegaat in hun gevoelens. Bovendien worden de kinderen belast met volwassenproblematiek. De Raad adviseerde de omgang met de vader tijdelijk te beperken tot om de week van vrijdagmiddag tot zondagavond, om rust te creëren en ruimte te maken voor hulpverlening.
De kinderrechter stelde vast dat deze regeling al werd uitgevoerd voordat de beschikking er lag, en dat de kinderen zelf aangaven dat het hen rust bracht. Hoewel de vader het moeilijk vindt dat de contacttijd wordt verkort, stemden beide ouders in met de ingezette hulpverlening via at.zorg en een gemeentelijke casusregisseur.
De rechter benadrukte dat het uitgangspunt blijft dat kinderen onbelast contact hebben met beide ouders. Een verdere beperking van de omgang, zoals de kinderen wensten, zou het risico vergroten dat contact met de vader helemaal wegvalt — en dat is niet in hun belang.
Voor de zomervakantie legde de rechtbank een afwijkende regeling vast die de ouders onderling hadden afgesproken: de eerste week bij vader, daarna twee weken bij moeder, vervolgens twee weken bij vader en de laatste week bij moeder.
De definitieve beslissing over de zorgregeling wordt aangehouden tot eind december 2026. De Raad voor de Kinderbescherming wordt gevraagd dan opnieuw te rapporteren over de voortgang van de hulpverlening en een advies te geven voor een permanente regeling. De kinderrechter legde de voorlopige zorgregeling vast en stuurde de kinderen een persoonlijke brief waarin de beslissing in begrijpelijke taal wordt uitgelegd.
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:11302, Rechtbank Gelderland, 18-12-2025, C/05/433157 / FA RK 24-872
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:11356, Rechtbank Gelderland, 18-12-2025, C/05/453517 / FZ RK 25-1565
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:11704, Rechtbank Gelderland, 12-12-2025, C/05/456026 / FZ RK 25-2082
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:8993, Rechtbank Gelderland, 30-09-2025, C/05/457294 / JE RK 25-993
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/05/453335 / FZ RK 25-1524 en C/05/453348 / FZ RK 25-1526
Procedure
Tussenbeschikking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2313