Juristi.nl

Bijstandsgerechtigde moet €1.813 terugbetalen na verzwijgen WIA-indexering — RBGEL:2026:2324

bijstandsherziening en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht (Participatiewet)

Eiser / verzoeker

bijstandsgerechtigde uit gemeente Voorst

VS

Verweerder / gedaagde

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst

Beroep ongegrond verklaard; terugvordering van €1.813,88 aan ten onrechte ontvangen bijstand over 2023 blijft in stand.

  • Bijstandsontvanger heeft inlichtingenplicht geschonden door halfjaarlijkse WIA-indexeringen niet uit eigen beweging te melden, ondanks bewindvoerder die jaaropgaven overlegde voor andere aanvragen
  • Het nalaten van de gemeente om inkomstenformulieren te sturen ontslaat de bijstandsgerechtigde niet van zijn wettelijke meldingsplicht
  • De zesmaandenjurisprudentie staat niet in de weg aan terugvordering bij geconstateerde schending van de inlichtingenplicht, omdat terugvordering dan verplicht is
  • Terugvordering beperkt tot 2023 (€1.813,88) vanwege het verbod op reformatio in peius in de bezwaarfase

Samenvatting

Een man uit de gemeente Voorst die naast een WIA-uitkering aanvullende bijstand ontving, moest ruim €1.800 terugbetalen aan de gemeente omdat hij jarenlang vergat door te geven dat zijn WIA-uitkering twee keer per jaar werd geïndexeerd. De rechtbank Gelderland oordeelde dat de gemeente terecht heeft teruggevorderd.

De man ontvangt een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar omdat die uitkering lager lag dan het sociaal minimum, vulde de gemeente dat aan met bijstand. Zijn bijstand werd maandelijks gekort op basis van zijn WIA-inkomen. Het probleem: de WIA-uitkering wordt elk jaar op 1 januari en 1 juli verhoogd via een indexering, maar de gemeente bleef steeds hetzelfde bedrag verrekenen. Dat betekende dat de man structureel te veel bijstand ontving.

De gemeente ontdekte dit pas in december 2023, toen de bewindvoerder van de man vroeg om een individuele inkomenstoeslag. Bij de beoordeling van die aanvraag viel op dat al jaren hetzelfde vaste WIA-bedrag werd verrekend, terwijl de uitkering intussen flink was gestegen. De fout bleek te dateren uit 2020. De gemeente besloot echter alleen de te veel betaalde bijstand over het jaar 2023 terug te vorderen, een bedrag van €1.813,88. Voor de jaren daarvoor zag de gemeente af van terugvordering, omdat zij zelf ook had verzuimd inkomstenformulieren op te sturen.

De man maakte bezwaar en later beroep, daarin bijgestaan door zijn advocaat. Hij voerde aan dat hij de inlichtingenplicht niet had geschonden. Zijn bewindvoerder had immers jaaropgaven van het UWV overgelegd bij eerdere aanvragen voor bijzondere bijstand voor belastingaanslagen over 2020, 2021 en 2022. Daarin stond de hoogte van zijn WIA-inkomen vermeld. Bovendien had de gemeente nagelaten de gebruikelijke inkomstenformulieren te sturen, zodat hij niet wist dat hij wijzigingen moest doorgeven.

De rechtbank verwierp deze redenering. De inlichtingenplicht van de Participatiewet verplicht bijstandsontvangers om uit eigen beweging en onverwijld alle inkomenswijzigingen door te geven — ongeacht of de gemeente er mogelijk al van op de hoogte was. Dat de gemeente wist van het bestaan van de WIA-indexering in het algemeen, ontslaat de man niet van zijn meldingsplicht. Ook het overleggen van jaaropgaven is onvoldoende: die worden pas na afloop van het jaar ingediend en zijn bovendien bedoeld voor een andere aanvraag, niet als melding van inkomenswijzigingen. Bovendien ontbrak over het jaar 2023 — waarover de terugvordering plaatsvond — zelfs een jaaropgave.

De man beriep zich daarnaast op de zogeheten zesmaandenjurisprudentie, een rechtsregel die de terugvorderingsbevoegdheid van gemeenten kan beperken als ze te lang hebben gewacht na ontdekking van een fout. Ook dit verweer slaagde niet: die jurisprudentie geldt alleen als er géén schending van de inlichtingenplicht is. Omdat de rechtbank wél een schending vaststelde, was de gemeente juist verplicht terug te vorderen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De terugvordering van €1.813,88 blijft in stand, en de man krijgt ook het griffierecht niet vergoed.

Betrokken advocaten

mr. H.H. Jansen

eiser

Jansen Mulder Advocaten, APELDOORN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Zaaknummer

AWB – 24 _ 4718

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBGEL:2026:2324

Bekijk op rechtspraak.nl
Adv.Ynvest Fund

Investeer in obligaties met hypothecaire zekerheden

  • 6% vast rendement
  • Stevige zekerheden
  • Kwartaalbetalingen
  • Vanaf €30.000
Meer informatie

Beleggen brengt risico's met zich mee. U kunt uw inleg verliezen.

Recente uitspraken

RBGEL:2026:2261
Rechtbank Gelderland·23 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBGEL:2026:2188
Rechtbank Gelderland·20 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBGEL:2026:2251
Rechtbank Gelderland·20 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBGEL:2026:2091
Rechtbank Gelderland·18 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBGEL:2026:2089
Rechtbank Gelderland·18 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht