Rechter wijst handhavingsverzoek pioenrozenteelt af: geen bestemmingsplanovertreding — RBGEL:2026:2430
handhavingsverzoek bestuursrecht / gebruik in strijd met bestemmingsplan / omgevingswet
Eiser / verzoeker
eiseres (bewoonster nabij de percelen)
Verweerder / gedaagde
college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe
Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen; het college heeft het handhavingsverzoek terecht afgewezen omdat pioenrozenteelt niet in strijd is met het bestemmingsplan.
- Pioenrozenteelt valt onder de definitie van agrarisch bedrijf in het bestemmingsplan en is daarmee een toegestaan gebruik op de percelen met bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'.
- Voor de pioenrozenteelt is geen omgevingsvergunning vereist, zodat er geen overtreding is en het college niet bevoegd is handhavend op te treden.
- Het bestemmingsplan bevat geen spuitzone-regels voor pioenrozenteelt; de spuitzone voor boomgaarden is niet van toepassing nu de boomgaard is gerooid.
- Het voorzorgsbeginsel kan niet worden ingezet om aanvullende voorwaarden op te leggen als er geen omgevingsvergunningplichtige activiteit aan de orde is.
- Er bestaat geen juridische grondslag om het bedrijf te verplichten een spuitplan te overleggen of een spuitvrije zone van 250 meter te hanteren.
Samenvatting
Een vrouw uit de gemeente West Betuwe maakte zich zorgen over de pioenrozenteelt op percelen in haar buurt. Ze diende een handhavingsverzoek in bij de gemeente, omdat ze vreesde dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gevaar opleverde voor haar leefomgeving. De gemeente wees het verzoek af, en de rechtbank Gelderland stelde de gemeente in het gelijk.
De percelen in kwestie zijn eigendom van een bedrijf dat eerder een boomgaard exploiteerde. Nadat de fruitbomen waren gerooid, startte het bedrijf met de teelt van pioenrozen. De vrouw vond dat dit in strijd was met het geldende bestemmingsplan. Zij wilde dat de gemeente handhaafde, een spuitverbod instelde voor drie jaar, of in elk geval een spuitvrije zone van 250 meter rondom bewoning zou handhaven. Ook vroeg zij om inzage in het spuitplan van het bedrijf, zodat experts de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen konden beoordelen.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat pioenrozenteelt gewoon valt onder de definitie van een agrarisch bedrijf zoals omschreven in het bestemmingsplan. Dat op het perceel eerder fruitbomen stonden, maakt dat niet anders. De teelt van gewassen — waaronder bloemen zoals pioenrozen — past binnen wat het bestemmingsplan toestaat als agrarisch gebruik. Het bedrijf heeft daarvoor ook geen omgevingsvergunning nodig. De vrouw erkende dit op de zitting zelf ook.
Omdat er geen sprake is van een overtreding van het bestemmingsplan, heeft de gemeente geen bevoegdheid om handhavend op te treden. De rechter begreep de zorgen van de vrouw over de gewasbeschermingsmiddelen, maar stelde vast dat het bestemmingsplan geen regels bevat over spuitzones bij pioenrozenteelt. Weliswaar is er in het plan een spuitzone opgenomen voor boomgaarden, maar een boomgaard is hier nu juist niet (meer) aanwezig. Voor een spuitvrije zone van 250 meter ontbreekt simpelweg de juridische grondslag.
Ook het beroep op het voorzorgsbeginsel — het idee dat bij onzekerheid over risico's preventieve maatregelen moeten worden getroffen — bood de vrouw geen soelaas. De rechter legde uit dat dit beginsel pas een rol kan spelen als een activiteit omgevingsvergunningplichtig is. Dat is hier niet het geval, dus er is geen grond om aanvullende voorwaarden op te leggen of het bedrijf te verplichten een spuitplan te overleggen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees ook het verzoek om een voorlopige voorziening af. De vrouw krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt geen vergoeding voor haar proceskosten.
Betrokken advocaten
mr. N. Postema
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2024:1211, Rechtbank Oost-Brabant, 27-03-2024, C/01/386320 / HA ZA 22-547 (voorheen C/01/342102 / HA ZA 19-34)
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2023:3979, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-11-2023, 200.279.401_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2022:1494, Raad van State, 25-05-2022, 202005901/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:CBB:2021:421, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-04-2021, 19/1451
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
26/224 en 25/3577
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2430