Arnhemmer schiet op man in steeg: noodweer afgewezen — RBGEL:2026:2503
poging tot doodslag / noodweer / illegaal wapenbezit
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte, geboren 1984 op Curaçao, wonende in Arnhem
Verdachte veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en illegaal wapenbezit; beroep op noodweer(exces) en putatief noodweer verworpen.
- Beroep op noodweer verworpen: verdachte keerde vrijwillig terug naar de plek van het conflict en plaatste zichzelf daarmee in de dreigende situatie
- Beroep op noodweerexces en putatief noodweer eveneens verworpen: feitelijke dreiging op schietmoment niet aannemelijk, bemiddelaar achtte situatie beheersbaar
- Rechtbank acht bewezen dat verdachte twee keer schoot, ondanks zijn verklaring dat hij slechts één keer de trekker overhaalde: twee hulzen, twee getuigenknallen en drie gaten in de jas van het slachtoffer
- Verklaringen verdachte werden in de loop van de tijd steeds specifieker over de gestelde noodweersituatie, wat de geloofwaardigheid ondermijnde
- Veroordeeld voor poging tot doodslag én illegaal voorhanden hebben van een vuurwapen (categorie II/III, kaliber 7,65 mm Browning)
Samenvatting
Een man schoot op 8 december 2024 in een steeg in Arnhem op een ander persoon, die daardoor een schotwond in zijn buik opliep. De schutter beriep zich op noodweer: hij zou hebben gehandeld omdat zijn slachtoffer eerder die nacht een vuurwapen had getoond en in de steeg opnieuw een dreigende beweging maakte. De rechtbank verwierp dit verweer en veroordeelde de man voor poging tot doodslag.
De avond begon met een conflict voor nachtclub Luxor in Arnhem. Verdachte raakte slaags met het latere slachtoffer en diens vrienden: er werd gescholden, zijn bril werd afgepakt en hij kreeg een vuistslag. Naar eigen zeggen zag hij het slachtoffer zijn shirt omhoogtrekken en een zwart handvat tonen dat hij herkende als een vuurwapen. Hierop vertrok verdachte met zijn vriend naar zijn auto. Cruciaal is wat daarna gebeurde: in plaats van weg te rijden, parkeerde hij de auto op dezelfde plek en keerde terug naar de binnenstad om zijn neef op te halen.
Op de terugweg werden verdachte en zijn vriend gevolgd door het slachtoffer en twee vrienden. In een steeg, de Luthersestraat, kwamen de partijen tegenover elkaar te staan. De neef van verdachte plaatste zichzelf als bemiddelaar tussen de twee groepen en had naar eigen zeggen het gevoel dat hij de situatie onder controle had. Hij zag het slachtoffer wel herhaaldelijk een beweging maken naar zijn heup, maar constateerde telkens dat de hand leeg terugkwam. Op het moment dat de neef dacht dat de rust bewaard bleef, schoot verdachte.
De verdediging voerde primair noodweer aan, subsidiair noodweerexces en meer subsidiair putatief noodweer: verdachte zou verontschuldigbaar hebben gedwaald over het bestaan van een noodweersituatie. De rechtbank verwierp alle drie de verweren. Zij stelde vast dat verdachte na het eerste conflict bewust had gekozen terug te keren naar de plek van het conflict, terwijl hij ook had kunnen wegrijden. Daarmee heeft hij zichzelf in de situatie gebracht waaruit hij zich later wilde rechtvaardigen. Bovendien was de feitelijke dreiging op het moment van schieten niet aannemelijk geworden: de neef, die het dichtst bij stond, zag geen wapen en achtte de situatie beheersbaar.
De rechtbank wees er ook op dat de verklaringen van verdachte in de loop van de tijd steeds specifieker en belastender voor het slachtoffer werden. Tijdens zijn eerste twee politieverhoren zweeg hij volledig. Bij de rechter-commissaris verklaarde hij later dat hij al eerder een wapen had gezien, en pas op de zitting in juli 2025 werd zijn relaas over het omhoogtrekken van het shirt concreet. Die opbouw in de verklaringen ondermijnde de geloofwaardigheid van het noodweerberoep.
Naast de poging tot doodslag stond verdachte ook terecht voor het illegaal voorhanden hebben van een vuurwapen van het kaliber 7,65 mm Browning. Hij bekende beide feiten. Over het aantal schoten verschilde hij van mening met de bevindingen: verdachte zei één keer te hebben geschoten, maar op de plaats delict werden twee hulzen gevonden, getuigen hoorden twee knallen en het slachtoffer had drie gaten in zijn jas. De rechtbank concludeerde dat hij twee keer had geschoten.
De rechtbank veroordeelde de man tot een gevangenisstraf van zeven jaar.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:1110, Rechtbank Rotterdam, 05-02-2026, 10-368421-24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8795, Rechtbank Amsterdam, 14-11-2025, 13-118069-23
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8699, Rechtbank Amsterdam, 13-11-2025, 13/229922-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13168, Rechtbank Rotterdam, 10-11-2025, 10-097053-25 en 13-053005-23
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
05/391134-24; 05/056027-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2503