Rechter eist nader onderzoek na dodelijk verkeersongeval bij Wadenoijen — RBGEL:2026:2520
verkeersstrafrecht / dood door schuld in het verkeer (artikel 6 WVW 1994) / tussenvonnis met opdracht tot nader onderzoek
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (mr. J.W. Schouten)
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 2003)
De rechtbank wijst de zaak terug voor nader forensisch onderzoek en doet nog geen inhoudelijke uitspraak over schuld of vrijspraak.
- De rechtbank acht het forensisch onderzoek onvolledig en geeft opdracht tot aanvullend onderzoek naar de exacte positie van de bedrijfsauto ten tijde van de aanrijding.
- Cruciaal geschilpunt is of de bedrijfsauto gedeeltelijk op de rijbaan voor tegemoetkomend verkeer stond toen het slachtoffer in de slip raakte.
- De verdediging betwist de reconstructie van de politie en stelt dat de verdachte mogelijk niet op de rijbaan stond en tijdig stilhield.
- De rechtbank wil onder meer duidelijkheid over mogelijke beeldvertekening door de dashcamera, de nauwkeurigheid van de positiebepaling en de betekenis van de aangetroffen rolsporen.
- Het tussenvonnis laat de einduitspraak over schuld of vrijspraak uitdrukkelijk open totdat het aanvullend forensisch rapport beschikbaar is.
Samenvatting
In de nacht van 29 januari 2025 reed een jonge bestuurder met een bedrijfsauto op de Overlaat bij Wadenoijen, in de gemeente Tiel. Hij wilde keren en reed een inham naast de weg in. Vervolgens reed hij achteruit, richting de hoofdrijbaan. Op dat moment naderde een personenauto. De bestuurder van die personenauto raakte in een slip, botste tegen een boom en overleed ter plaatse.
De jongeman, geboren in 2003 en daarmee een beginnend bestuurder, wordt door het Openbaar Ministerie primair verdacht van dood door schuld in het verkeer. De officier van justitie stelt dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden door tijdens het keren gedeeltelijk op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer te komen staan, zonder het naderende voertuig voor te laten gaan. De officier baseert zich daarvoor op dashcambeelden en een verkeerskundig forensisch rapport.
De verdediging betwist dit verhaal. Volgens de advocaat van de verdachte, mr. N. Alberts, kan niet worden vastgesteld dat haar cliënt de weg op een zodanige manier blokkeerde dat hij geen voorrang kon verlenen. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij zo parallel mogelijk aan de rijbaan bleef rijden en stopte zodra hij het andere voertuig zag en hoorde aankomen. De verdediging vindt het politieonderzoek te summier en verwijt de recherche onder meer dat niet duidelijk is hoe bepaalde conclusies zijn getrokken en hoe rekening is gehouden met de rijbewegingen die de verdachte in de inham heeft gemaakt.
Centraal in het geschil staat de exacte positie van de bedrijfsauto op het moment van de aanrijding. Stond het voertuig geheel of gedeeltelijk op het rijgedeelte voor tegemoetkomend verkeer, of bevond het zich buiten de rijbaan? Die vraag is cruciaal: als de bedrijfsauto de rijbaan blokkeerde, is er mogelijk sprake van een strafbaar feit; als dat niet zo was, valt de verdachte mogelijk niets juridisch te verwijten.
De rechtbank Gelderland oordeelt dat het onderzoek tot nu toe onvoldoende antwoord geeft op deze essentiële vraag. Zo is onduidelijk of de dashcambeelden vertekening vertonen door de lenscorrectie van een dashcamera, hoe nauwkeurig de gereconstrueerde positie van de bedrijfsauto is, wat de exacte afmetingen van de weg en het voertuig zijn, en wat de rolsporen in de berm precies zeggen over de rijbewegingen van de verdachte. De rechtbank wil ook weten welke sporen door de voor- en welke door de achterwielen zijn gemaakt, en of sporen voor- of achterwaarts zijn aangebracht.
Omdat de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht acht, wijst zij de zaak terug voor aanvullend onderzoek. De officier van justitie krijgt de opdracht om het team Forensische Opsporing Verkeer een uitgebreider rapport te laten opstellen dat specifiek ingaat op alle openstaande vragen over de positie van het voertuig. Dit tussenvonnis betekent dat er nog geen eindoordeel is over schuld of vrijspraak — de inhoudelijke behandeling wordt hervat zodra het aanvullend onderzoek is afgerond.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Vrouw steekt begeleider neer: zware mishandeling, geen poging doodslag
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2026:2370, Rechtbank Gelderland, 25-03-2026, 05/274631-25
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2026:2375, Rechtbank Gelderland, 25-03-2026, 05/292143-25
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2026:2356, Rechtbank Gelderland, 25-03-2026, 05/400898-24
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
05/274708-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2520