Vrouw steekt begeleider neer: zware mishandeling, geen poging doodslag — RBGEL:2026:2523
poging doodslag / zware mishandeling / toerekeningsvatbaarheid
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag en veroordeeld voor zware mishandeling; straf en maatregel niet vermeld in de aangeleverde tekst.
- Vrijspraak poging tot doodslag: aanmerkelijke kans op overlijden aanwezig (tot 19%), maar niet bewezen dat verdachte die kans bewust aanvaardde gezien haar verstandelijke beperking en gebrekkig inzicht in gevolgen
- Bewezenverklaring zware mishandeling: vol opzet op toebrengen zwaar lichamelijk letsel vastgesteld op basis van doelgerichte handelingen en eigen verklaring dat ze 'iemand pijn wilde doen'
- Verweer dat geestelijke stoornis elk opzet uitsluit verworpen: ontbreken van ieder inzicht is slechts bij hoge uitzondering aanwezig en deed zich hier niet voor
- Letsel gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel: steekwond tot in borstholte, tweemaal operatie nodig, langdurige antibiotikabehandeling en pijnklachten
Samenvatting
Op 16 oktober 2024 stak een vrouw haar persoonlijk begeleidster neer met een mes in de zij. Het slachtoffer liep ernstig letsel op: de steekwond reikte tot in de borstholte, er bestond een vermoeden dat ook de milt was geraakt, en door complicaties moest ze tweemaal worden geopereerd. Ruim twee maanden lang had ze medische behandeling nodig en in maart 2025 had ze nog steeds pijnklachten.
De verdachte woonde op een woongroep van een zorginstelling. Ze was boos geworden na een discussie met haar begeleidster, pakte op de bovenverdieping een mes uit een la, liep direct naar beneden en stak de vrouw met kracht in de zij. Ze hield het mes met het lemmet naar beneden gericht en maakte een beweging van boven naar beneden.
De officier van justitie eiste veroordeling voor zware mishandeling. De verdediging pleitte voor vrijspraak, mede omdat de verdachte vanwege haar verstandelijke beperking en hechtingsstoornis onvoldoende inzicht zou hebben gehad in haar handelen en de gevolgen daarvan.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van poging tot doodslag. Hoewel uit een forensisch medisch rapport bleek dat de kans op overlijden bij dit soort letsel kan oplopen tot 19% — en er dus een aanmerkelijke kans op de dood bestond — kon niet worden vastgesteld dat de verdachte die kans bewust heeft aanvaard. Uit psychiatrisch onderzoek bleek dat ze een verstandelijke ontwikkelingsstoornis heeft en emotioneel functioneert op het niveau van een kind van zes tot achttien maanden. Ze wist niet welke organen zich in de borstkas bevinden en had geen idee wat de gevolgen van haar steekbeweging konden zijn.
Voor zware mishandeling oordeelde de rechtbank anders. De verdachte had een mes gepakt, was er doelgericht mee naar haar begeleidster gelopen en had haar met kracht gestoken. Ze had zelf verklaard dat ze 'iemand pijn wilde doen'. Dat was voor de rechtbank voldoende om vol opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel vast te stellen. Het verweer dat haar stoornis elk inzicht in haar handelen uitsloot, werd verworpen: dat ontbreken van ieder inzicht is slechts bij hoge uitzondering aanwezig, en daarvan was in dit geval geen sprake.
De rechtbank veroordeelde de vrouw voor zware mishandeling.
Betrokken advocaten
mr. M.H. Bischop
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2023:1724, Rechtbank Gelderland, 29-03-2023, 05/000499-22
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2017:5536, Rechtbank Gelderland, 25-10-2017, 05/720119-17
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2017:3000, Rechtbank Gelderland, 24-05-2017, 05/740049-17
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2017:2162, Rechtbank Gelderland, 29-03-2017, 05/740389-16
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
05/330472-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2523