Juristi.nl
ECLI:NL:RBGEL:2026:560Strafrecht

Man veroordeeld voor geweld en vandalisme na voetbalwedstrijd — RBGEL:2026:560

openlijke geweldpleging / voetbalvandalisme

Eiser / verzoeker

Officier van justitie (Openbaar Ministerie)

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte [verdachte], geboren 1998

De rechtbank verklaarde bewezen dat de verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en goederen en veroordeelde hem.

  • Verdachte herkend op camerabeelden door twee gespecialiseerde verbalisanten die hem kenden van meerdere FC Utrecht-wedstrijden
  • Verdachte trok aan hekken, sloeg met broekriem richting ME en spoorde anderen actief aan tot geweld
  • Taakstrafverbod van toepassing wegens eerdere veroordeling voor soortgelijk voetbalgeweld
  • Overschrijding redelijke termijn meegewogen als strafmatigende omstandigheid

Samenvatting

Voor de rechtbank in Arnhem stond een 27-jarige man terecht die ervan werd beschuldigd openlijk geweld te hebben gepleegd na een voetbalwedstrijd tussen Vitesse en FC Utrecht op 22 mei 2022. De rechtbank veroordeelde hem voor zijn aandeel in de rellen die plaatsvonden op de Batavierenweg bij het Gelredome.

Tijdens en na de wedstrijd verzamelde zich een groep van twintig tot dertig FC Utrecht-supporters bij de hekken rondom het stadion. De groep trok en schudde aan de hekken, gooide blikjes naar de aanwezige Mobiele Eenheid en sloeg met broekriemen richting de agenten. Een persoon klom op de toegangspoort en sloeg van bovenaf naar de ME'ers. De politie was massaal aanwezig vanwege de risicowedstrijd.

De verdachte werd op de camerabeelden van het stadion en de politievideo-auto herkend als een van de actieve deelnemers aan het geweld. Twee verbalisanten, waarvan één een gespecialiseerde supportersbegeleider bij FC Utrecht en de ander werkzaam bij de voetbaleenheid van de politie, herkenden de man aan zijn corpulente postuur, zijn kenmerkende hangende ogen en zijn gezichtskenmerken. Beiden hadden hem meerdere malen eerder gezien bij wedstrijden van FC Utrecht.

De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van deze herkenningen. De raadsman voerde aan dat de verbalisanten vooral een beschrijving gaven van lichaamsbouw, dat meerdere supporters eenzelfde postuur kunnen hebben en dat de gezichtskenmerken onvoldoende waren omschreven. De rechtbank verwierp dit verweer. Zij oordeelde dat beide verbalisanten gespecialiseerd zijn in de begeleiding van FC Utrecht-wedstrijden, en dat zij de verdachte door regelmatig contact goed kenden. De herkenningen werden betrouwbaar geacht.

Volgens de rechtbank had de verdachte niet alleen zelf actief meegedaan aan het geweld — hij trok aan hekken, schopte ertegen en sloeg met een broekriem richting de politie — maar spoorde hij ook anderen actief aan om mee te doen. Hij zwaaide met zijn armen om de groep op te jutten. Op de beelden was te zien dat zich ook kinderen tussen de groep bevonden, wat de rechtbank bijzonder zwaar woog. De verdachte had jongere supporters hiermee een slecht voorbeeld gegeven en koos er bovendien voor om niet ter zitting verantwoording af te leggen.

Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met een eerdere veroordeling van de verdachte voor soortgelijk voetbalgeweld, waarvoor hij een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf had gekregen. Omdat die taakstraf inmiddels was uitgevoerd, gold voor deze zaak het wettelijke taakstrafverbod: bij een recidive van geweld mag geen nieuwe taakstraf worden opgelegd. De rechtbank constateerde ook dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden, wat in strafmatigende zin werd meegewogen. Het vonnis vermeldt de straf niet volledig, maar de officier van justitie had één week gevangenisstraf en tachtig uur taakstraf geëist. De rechtbank verklaarde openlijke geweldpleging in vereniging bewezen.

Betrokken advocaten

mr. R. Schreudering

verdachte

Maliebaan Advocaten, UTRECHT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

22 januari 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

05/130882-23

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBGEL:2026:560

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken