ECLI:NL:RBLIM:2016:8974, Rechtbank Limburg, 06-10-2016, 03/721826-14 — RBLIM:2016:8974
Samenvatting
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte een totaalbedrag van ruim € 145.000,- heeft gedeclareerd bij zijn toenmalige werkgever in verband met de beweerdelijke aanschaf van producten voor klanten van het bedrijf, terwijl deze producten nimmer zijn aangeschaft, waardoor de verdachte zich wederrechtelijk heeft bevoordeeld. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan oplichting. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte de verplichting op het wederrechtelijk verkregen voordeel terug te betalen, waarbij het – na verrekening van posten – (nog) gaat om een bedrag van ruim € 120.000,-.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2025:10437, Rechtbank Limburg, 22-10-2025, 03/010148-23
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:9610, Rechtbank Limburg, 07-10-2025, 03.008339.25
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:5278, Rechtbank Amsterdam, 16-07-2025, 13-117089-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:4838, Rechtbank Amsterdam, 10-07-2025, 13-117089-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 oktober 2016
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
03/721826-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2016:8974