Juristi.nl
ECLI:NL:RBLIM:2019:6257Civiel Recht

ECLI:NL:RBLIM:2019:6257, Rechtbank Limburg, 04-07-2019, 7851470 CV 19-4386 — RBLIM:2019:6257

Samenvatting

Kort geding. Concurrentie en relatiebeding. Belangenafweging. Werknemer is er door HR manager op gewezen dat de werkgever de werknemer zou houden aan het concurrentie- en relatiebeding. Desondanks heeft de werknemer, ivm positieverbetering bij een andere werkgever, de arbeidsovereenkomst opgezegd. De onderhavige casus is niet op één lijn te stellen met de gevallen waarop door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2018:676) en de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2018:14924) zijn beslist. Het voorlopig oordeel van de kantonrechter is dat de belangen van de werkgever om de werknemer aan het concurrentiebeding te houden opwegen tegen het belang van de werknemer om in dienst te kunnen treden bij een andere werkgever die nagenoeg in dezelfde branche werkzaam is (Uitzendburo)

Betrokken advocaten

mr. N.G.N. Laumen

eiser

KampsVanBaar Advocaten, SITTARD

mr. M.M.J.F. Sijben

eiser

Sijben en Partners Advocaten-het Onderwijskantoor (SPA-hOK), HEERLEN

B. Jeurissen

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 juli 2019

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

7851470 CV 19-4386

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBLIM:2019:6257

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBLIM:2026:2324
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2380
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2155
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2388
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2413
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht