ECLI:NL:RBLIM:2023:5146, Rechtbank Limburg, 31-08-2023, C/03/321397 KG ZA 23-304 — RBLIM:2023:5146
Samenvatting
Burgerlijk recht / KG Handel. Eigenaar van benzinestation verhuurt dat aan zijn werkmaatschappij, die vervolgens onderverhuurt aan de onderneming die het benzinestation gaat exploiteren. Eigenaar is daarna overleden. Twee erfgenamen, broers, zijn het onderling niet eens. De broer die inmiddels aandeelhouder en bestuurder is van de werkmaatschappij zegt de hoofdhuur op en ontbindt vervolgens de werkmaatschappij/rechtspersoon langs de weg van een turbo-liquidatie. Deze broer is inmiddels voorstander van voortzetting van de relatie met de onderneming die het benzinestation exploiteert. De andere broer, die niet te maken heeft met de werkmaatschappij, is daar geen voorstander van en sluit eigenmachtig de stroom naar het benzinestation af en wil aldus ontruiming bewerkstellingen. Kort geding tussen de onderneming die het benzinestation exploiteert als eisende partij en de ‘andere’ broer als gedaagde over de stroomafsluiting. Voorzieningenrechter treft de gevorderde voorziening (verbod om het huurgenot conform de onderhuurovereenkomst aan te tasten met dwangsommen): het optreden van de ‘andere’ broer miskent de erfrechtelijke situatie die is ontstaan (mede-eigendom, een professionele vereffenaar) en houdt niet-toegestane eigenrichting in. Anderzijds dient eisende partij zich te realiseren dat haar huurgenot inmiddels een wankele basis heeft. Voorzieningenrechter beperkt daarom de te treffen voorziening in tijd en verbindt het voortduren ervan aan voorwaarden: partijen dienen teneinde hun (vermeende) rechten te handhaven de daartoe geëigende weg - die van een bodemprocedure voor de bevoegde rechter, onder dagvaarding van alle betrokkenen - te bewandelen. Als een van partijen daarvoor kiest (of beide partijen daarvoor kiezen) wordt de te treffen voorziening in tijd verlengd tot in die procedure(s) is beslist.
Betrokken advocaten
mr. A.J.L.J. Pfeil
gedaagde
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2025:11984, Rechtbank Limburg, 04-12-2025, C/03/346461 KG ZA 25-410
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11985, Rechtbank Limburg, 04-12-2025, C/03/344630 KG ZA 25-317
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11713, Rechtbank Limburg, 27-11-2025, C/03/346071 KG ZA 25-382
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:13230, Rechtbank Limburg, 19-11-2025, C/03/338960 / HA ZA 25-75
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
31 augustus 2023
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/03/321397 KG ZA 23-304
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:5146