Rechter ziet geen reden woningsluiting wegens drugsoverlast tegen te houden — RBLIM:2023:6263
woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet / drugsoverlast
Eiser / verzoeker
verzoeker (huurder van de woning aan het betrokken adres in Heerlen)
Verweerder / gedaagde
Burgemeester van de gemeente Heerlen
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, zodat de woningsluiting voor zes maanden doorgang kan vinden.
- 1,9 gram heroïne (vijf bolletjes) is vier keer de gebruikershoeveelheid van 0,5 gram, waardoor in beginsel aangenomen mag worden dat de drugs (deels) voor handel bestemd waren
- De verzoeker slaagde er niet in met alleen zijn verklaring aannemelijk te maken dat de heroïne uitsluitend voor eigen gebruik was, gelet op de concrete en consistente meldingen over drugshandel vanuit beide woningen
- De verpakking van de heroïne in bolletjes duidt op aflevering en is een zelfstandige aanwijzing voor handel
- De burgemeester was bevoegd tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet en de sluiting voor zes maanden werd niet onevenredig geacht gelet op de aard, ernst en omvang van de overtreding en de overlastsituatie
- Het spoedeisend belang was aanwezig, maar de voorlopige beoordeling viel uit in het voordeel van de burgemeester
Samenvatting
Een bewoner van een huurwoning in een Heerlense wijk probeerde via de rechter te voorkomen dat zijn woning zes maanden gesloten zou worden na een politiedoorzoeking waarbij heroïne werd gevonden. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg wees zijn verzoek af.
De problemen rondom de woning aan de betrokken straat speelden al langere tijd. Vanaf begin 2023 kwamen er bij de politie meerdere meldingen binnen over drugshandel vanuit de woning van de man en de naastgelegen woning op nummer 95. Buurtbewoners klaagden over veel aanloop van verslaafden, ruzies en vernielingen, vooral 's nachts. De wijkagent was goed bekend met de adressen wegens aanhoudende overlastmeldingen. Ook bewoners van een zorggroep bevestigden dat twee personen agressief drugs probeerden te verkopen in de buurt, en omschrijvingen kwamen overeen met de bewoners van de twee woningen.
Op 12 juli 2023 deed de politie een doorzoeking. In de woning van de man werden vijf bolletjes heroïne gevonden met een totaalgewicht van 1,9 gram. In de naastgelegen woning werden grote hoeveelheden soft- en harddrugs en gestolen goederen aangetroffen. De man beriep zich bij zijn verhoor op zijn zwijgrecht, maar gaf bij de doorzoeking aan dat de drugs voor eigen gebruik waren.
De burgemeester van Heerlen legde vervolgens een last onder bestuursdwang op: de man moest zijn woning verlaten en zes maanden gesloten houden. De man maakte bezwaar en vroeg de rechter om de maatregel te schorsen totdat op zijn bezwaar beslist zou worden. Hij betoogde dat de gevonden hoeveelheid heroïne slechts een geringe overschrijding van een gebruikershoeveelheid was en uitsluitend voor eigen gebruik bestemd was. Ook betwistte hij elk verband met de activiteiten in de buurwoning.
De voorzieningenrechter volgde dit betoog niet. De gevonden 1,9 gram heroïne is vier keer meer dan de grens van 0,5 gram die als gebruikershoeveelheid geldt. Daarmee mag er in beginsel van worden uitgegaan dat de drugs (deels) voor de handel bestemd waren. Het was aan de man om het tegendeel aannemelijk te maken, maar dat deed hij onvoldoende met alleen zijn verklaring. Daar staan concrete, gedetailleerde en consistente meldingen tegenover die over een langere periode de bewoners van beide woningen in verband brengen met dealen. Bovendien was de heroïne verpakt op een wijze die op aflevering duidt, wat een extra aanwijzing vormt voor handel.
De rechter concludeerde dat de sluiting van de woning voor zes maanden noodzakelijk is om de openbare orde te herstellen en het woon- en leefklimaat in de buurt te beschermen. Het verzoek om de maatregel te schorsen werd afgewezen, waarmee de weg vrij is voor de burgemeester om de woning daadwerkelijk te sluiten.
Betrokken advocaten
mr. K. Ubags
verweerder
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:960, Rechtbank Limburg, 29-01-2026, ROE 25/3046
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2026:951, Rechtbank Limburg, 29-01-2026, ROE 26/8 en ROE 26/19
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2026:937, Rechtbank Limburg, 29-01-2026, ROE 25/3155
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2026:876, Rechtbank Limburg, 28-01-2026, 03.019407.25
Rechtbank Limburg · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 oktober 2023
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROE 23/1999
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:6263