ECLI:NL:RBLIM:2023:7677, Rechtbank Limburg, 11-12-2023, C/03/319656 HA ZA 23-285 — RBLIM:2023:7677
Samenvatting
Eiser sub 1 en de bestuurder van gedaagde zijn ex-echtgenoten. Zij zijn verwikkeld in diverse procedures met elkaar en met elkaars ondernemingen. Eisers zijn door de rechtbank Oost-Brabant bij vonnis veroordeeld tot betaling van diverse bedragen aan gedaagde. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft dat vonnis bekrachtigd. In deze procedure gaat het om de vraag of eisers vorderingen op gedaagde hebben die zij ex artikel 6:127 BW mogen verrekenen met de bedragen die zij op basis van het (door het gerechtshof bekrachtigde) vonnis van de rechtbank Oost-Brabant aan gedaagde verschuldigd zijn. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Toewijzing van de vorderingen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:8994, Rechtbank Amsterdam, 19-11-2025, C/13/774936 / KG ZA 25-696
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2025:2104, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-07-2025, 200.344.579_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2025:1150, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-04-2025, 200.337.970_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:1556, Rechtbank Rotterdam, 22-01-2025, C/10/669477 / HA ZA 23-1031
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
11 december 2023
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/03/319656 HA ZA 23-285
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:7677