ECLI:NL:RBLIM:2024:10097, Rechtbank Limburg, 11-12-2024, C/03/304780 / HA ZA 22-203 — RBLIM:2024:10097
Samenvatting
Civiel recht. Bodemzaak. Op 31 december 2019 is er een handgemeen geweest tussen partijen. De rechtbank heeft in een eerder tussenvonnis eisende partij opgedragen te bewijzen dat door het onrechtmatig handelen van gedaagde partij de rechterenkel van eisende partij is gebroken. Daarna hebben getuigenverhoren plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat uit de getuigenverklaringen de door eisende partij gestelde toedracht, die geleid zou hebben tot de enkelbreuk, niet is komen vast te staan. De rechtbank wijst de vorderingen af.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:1540, Rechtbank Limburg, 18-02-2026, C/03/340154 / HA ZA 25-120
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
Rechter weigert aannemer inzage in procesdossiers hotelproject
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:13237, Rechtbank Limburg, 24-12-2025, C/03/340576 / HA ZA 25-141
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:13200, Rechtbank Limburg, 10-12-2025, C/03/338042 / HA ZA 25-36
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
11 december 2024
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/03/304780 / HA ZA 22-203
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:10097