Juristi.nl
ECLI:NL:RBLIM:2024:5392Civiel Recht

ECLI:NL:RBLIM:2024:5392, Rechtbank Limburg, 03-07-2024, C/03/329348 / HA ZA 24-168 — RBLIM:2024:5392

Samenvatting

Civiel recht. Bodemzaak. Vonnis in incident. Rechtsmacht. Objectieve cumulatie. Verwijzing naar kamer voor kantonzaken. De Nederlandse rechter is bevoegd om van het geschil kennis te nemen op grond van artikel 7 lid 1 onder a (vordering op grond van de geldleningsovereenkomsten) en artikel 26 lid 1 (vordering op grond van de vaststellingsovereenkomst) van de Brussel I bis-verordening. De kamer voor andere zaken dan kantonzaken is niet bevoegd te oordelen over de vordering tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst, die ziet op de afwikkeling van een arbeidsovereenkomst. Ingeval van objectieve cumulatie van één (of meer) waardevordering(en) met ten minste één aardvordering, zoals in de onderhavige zaak, worden alle vorderingen door de kantonrechter behandeld en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet (artikel 94 lid 2 Rv.). De rechtbank is van oordeel dat de samenhang van de vorderingen zich verzet tegen afzonderlijke behandeling. De rechtbank verwijst de zaak integraal naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht.

Betrokken advocaten

mr. A.C. Dabekaussen

eiser

Keulers & Partners Advocaten, BEEK LB

mr. R.J. Ruiter

eiser

Simons & Partners advocaten, MAASTRICHT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

3 juli 2024

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/03/329348 / HA ZA 24-168

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBLIM:2024:5392

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBLIM:2026:2324
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2380
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2155
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2388
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2413
Rechtbank Limburg·18 maart 2026
Civiel Recht