ECLI:NL:RBLIM:2025:11069, Rechtbank Limburg, 11-11-2025, ROE 24/4493 — RBLIM:2025:11069
Samenvatting
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de brief van 6 juni 2024 waarin verweerder aan eiser de verplichting heeft opgelegd om de zorgovereenkomsten met zijn ouders per 1 januari 2025 stop te zetten. Indien eiser dat niet doet, dan zal verweerder het aan eiser toegekende persoonsgebonden budget naar rato berekenen en alleen de dagbesteding (acht dagdelen per week) bij de zorgverlener Ambachtelijk Hout goedkeuren. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 6 juni 2024 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Naar het oordeel van de rechtbank bevat deze brief feitelijke mededelingen die niet op een rechtsgevolg zijn gericht. Pas als eiser de zorgovereenkomsten met zijn ouders niet stopzet voor 1 januari 2025, zal dit in de toekomst gevolgen hebben voor zijn pgb.
Betrokken advocaten
mr. M.A.G. Maessen
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:6751, Rechtbank Oost-Brabant, 17-10-2025, C/01/416170 / KG ZA 25-271
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2025:4601, Rechtbank Oost-Brabant, 23-07-2025, C/01/373289 / HA ZA 21-507
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2025:4599, Rechtbank Oost-Brabant, 23-07-2025, C/01/416165 / HA ZA 25-367
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2025:3970, Rechtbank Oost-Brabant, 04-07-2025, 24/2918
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 november 2025
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROE 24/4493
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:11069