ECLI:NL:RBLIM:2025:5349, Rechtbank Limburg, 04-06-2025, ROE 22/1670 — RBLIM:2025:5349
Samenvatting
Strafontslag. De rechtbank is van oordeel dat uit het rapport van de psychiater blijkt dat het aannemelijk is dat eiser niet in staat was de verweten gedragingen (het niet scannen en afrekenen van een deel van de boodschappen) na te laten. De rechtbank heeft verder geen redenen om af te wijken van wat de psychiater over de toerekenbaarheid rapporteert. De psychiater is bovendien juist gevraagd daarover te rapporteren. Verweerder wijkt hier echter van af op basis van de feiten en omstandigheden uit het dossier. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit ten onrechte heeft gedaan. Ontbreekt het vermogen naar het inzicht te handelen, dan kan het verweten gedrag eiser niet worden toegerekend. De rechtbank is van oordeel dat dit in eisers geval zo is, gelet op wat hiervoor is overwogen. Dan geldt daarmee ook dat de verweten gedragingen bezwaarlijk nog als plichtsverzuim kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat verweerder de verweten gedragingen ten onrechte toerekenbaar heeft geacht. Verweerder was dan ook niet bevoegd om eiser een disciplinaire straf op te leggen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2025:10165, Rechtbank Limburg, 15-10-2025, 11586252 \ CV EXPL 25-1288
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:9598, Rechtbank Limburg, 06-10-2025, ROE 25/2221
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:8844, Rechtbank Limburg, 10-09-2025, 11669794 \ CV EXPL 25-1999
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:CRVB:2025:1187, Centrale Raad van Beroep, 17-07-2025, 25/1081 POL-PV
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 juni 2025
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROE 22/1670
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:5349