Juristi.nl
ECLI:NL:RBLIM:2025:5349Bestuursrecht

ECLI:NL:RBLIM:2025:5349, Rechtbank Limburg, 04-06-2025, ROE 22/1670 — RBLIM:2025:5349

Samenvatting

Strafontslag. De rechtbank is van oordeel dat uit het rapport van de psychiater blijkt dat het aannemelijk is dat eiser niet in staat was de verweten gedragingen (het niet scannen en afrekenen van een deel van de boodschappen) na te laten. De rechtbank heeft verder geen redenen om af te wijken van wat de psychiater over de toerekenbaarheid rapporteert. De psychiater is bovendien juist gevraagd daarover te rapporteren. Verweerder wijkt hier echter van af op basis van de feiten en omstandigheden uit het dossier. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit ten onrechte heeft gedaan. Ontbreekt het vermogen naar het inzicht te handelen, dan kan het verweten gedrag eiser niet worden toegerekend. De rechtbank is van oordeel dat dit in eisers geval zo is, gelet op wat hiervoor is overwogen. Dan geldt daarmee ook dat de verweten gedragingen bezwaarlijk nog als plichtsverzuim kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat verweerder de verweten gedragingen ten onrechte toerekenbaar heeft geacht. Verweerder was dan ook niet bevoegd om eiser een disciplinaire straf op te leggen.

Betrokken advocaten

mr. C. Mohr

eiser

Mohr Advocaat, MAASTRICHT

mr. W. Hoogerhuis-Wessels

eiser

mr. C.F.H. Ermans

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 juni 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

ROE 22/1670

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBLIM:2025:5349

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBLIM:2026:2740
Rechtbank Limburg·24 maart 2026
Bestuursrecht
RBLIM:2026:2737
Rechtbank Limburg·24 maart 2026
Bestuursrecht
RBLIM:2026:2754
Rechtbank Limburg·24 maart 2026
Bestuursrecht