ECLI:NL:RBLIM:2025:6431, Rechtbank Limburg, 07-07-2025, 03.039518.21 — RBLIM:2025:6431
Samenvatting
Vrijspraak wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank acht de verklaringen van de aangeefster daaromtrent, gezien de daarin voorkomende inconsistenties, en het contact dat aangeefster (indirect) met de verdachten heeft gehad na de aangifte, niet voldoende betrouwbaar om als bewijs te kunnen dienen. Veroordeling wegens medeplegen van poging tot zware mishandeling. Forse overschrijding van de redelijke termijn. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:10659, Rechtbank Gelderland, 19-11-2025, 046172
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:6286, Rechtbank Limburg, 01-07-2025, 03/306093-24
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:898, Rechtbank Midden-Nederland, 04-03-2025, 16.048271.24 en 18.043396-22 (tul) (gev. ttz) (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:1839, Rechtbank Gelderland, 20-02-2025, 05.174605.24
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 juli 2025
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
03.039518.21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:6431