Man vrijgesproken na mesincident: noodweer bij kandelaarklap — RBLIM:2026:3010
strafrecht / geweldsmisdrijven / noodweer
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte volledig vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten; benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in schadevergoedingsvordering van €45.375.
- Vrijspraak voor mesincident wegens onvoldoende bewijs dat verdachte het slachtoffer daadwerkelijk heeft gestoken of gesneden
- Noodweerberoep bij kandelaarklap gehonoreerd: slachtoffer drong woning binnen, deelde eerste klap uit, verdachte sloeg proportioneel terug
- Geslaagd noodweerberoep leidt tot vrijspraak (niet OVAR) omdat wederrechtelijkheid impliciet bestanddeel is van mishandeling
- Benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in vordering van €45.375 nu verdachte voor alle feiten wordt vrijgesproken
- In beslag genomen mes teruggegeven aan vader van verdachte als rechthebbende
Samenvatting
Een man uit de gemeente Echt-Susteren stond terecht voor een geweldsincident op 22 juni 2024 waarbij het slachtoffer ernstig letsel opliep aan zijn rechterhand en -pols. Ook zou de verdachte het slachtoffer met een kandelaar op het hoofd hebben geslagen. De rechtbank Limburg sprak hem op 31 maart 2026 vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Aan de basis van het incident lag een langlopend conflict over kozijnen die de verdachte had geleverd en geplaatst in de woning van het slachtoffer. Op de bewuste avond ging het slachtoffer samen met zijn vrouw naar de woning van de vader van de verdachte. Toen hij na drie keer aanbellen niet werd binnengelaten, klom hij over de poort en drong hij de woning binnen. Wat volgde was een ruzie die zich van binnen naar buiten verplaatste.
Het slachtoffer raakte buiten ernstig gewond aan zijn rechterhand en -pols: agenten zagen ter plaatse enorm veel bloed en konden de binnenzijde van de pols zien. De verdachte had ten tijde van het incident een mes bij zich, dat hij naar eigen zeggen net had gebruikt om te eten. Toch kon de rechtbank niet vaststellen dat de verdachte het slachtoffer daadwerkelijk met dat mes had gestoken of gesneden. De verklaringen van het slachtoffer, de verdachte en diens zwager spraken elkaar tegen en gaven geen duidelijk beeld van hoe het letsel was ontstaan. De rechtbank sprak de verdachte dan ook vrij van poging tot doodslag, het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en de lichtere varianten daarvan.
Ten aanzien van de kandelaarklap oordeelde de rechtbank anders dan je wellicht zou verwachten: hoewel het vaststond dat de verdachte het slachtoffer met een kandelaar op het hoofd had geslagen, slaagde zijn beroep op noodweer. De verdachte werd in zijn eigen woning plotseling geconfronteerd met het slachtoffer, dat met gebalde vuisten op hem af rende en de eerste klap uitdeelde. De zwager bevestigde dit beeld. Dat het slachtoffer uit was op een confrontatie bleek ook uit zijn eigen verklaring: hij wilde de verdachte bewust confronteren en klom daarvoor over de poort.
De rechtbank oordeelde dat de kandelaarklap proportioneel en subsidiair was: de verdachte sloeg slechts één keer en gebruikte daarbij níet het mes dat hij al in zijn andere hand had. Daarmee stond de verdediging in redelijke verhouding tot de ernst van de aanranding. Een bijzonderheid in deze uitspraak is dat het geslaagde noodweerberoep niet leidde tot ontslag van alle rechtsvervolging, maar tot vrijspraak. De reden: wederrechtelijkheid is een impliciet onderdeel van het begrip 'mishandeling'. Omdat de klap niet wederrechtelijk was, kon niet bewezen worden dat er sprake was van mishandeling.
Het slachtoffer had als benadeelde partij een schadevergoeding gevorderd van ruim 45.000 euro, waaronder bijna 40.000 euro aan immateriële schade. Omdat de verdachte volledig werd vrijgesproken, verklaarde de rechtbank het slachtoffer niet-ontvankelijk in deze vordering. Het in beslag genomen mes wordt teruggegeven aan de vader van de verdachte, als rechthebbende, omdat het incident plaatsvond in zijn woning en de verdachte het mes uit diens keuken had gepakt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1953, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL26.3552
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1898, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL26.4139
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1874, Rechtbank Den Haag, 07-01-2026, NL25.62847
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24272, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, AWB 25-18198 en AWB 25-18200
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
03.205362.24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:3010