ECLI:NL:RBMNE:2018:1008, Rechtbank Midden-Nederland, 07-03-2018, UTR 17/969-H — RBMNE:2018:1008
Samenvatting
verzoek om schadevergoeding, schending zorgplicht, heropening onderzoek 8:88 Awb, 8:95 Awb Verzoeker was als ambtenaar werkzaam als chauffeur en belader bij de afvalinzameling van verweerder. Op 22 december 2014 is verzoeker tijdens zijn werkzaamheden van de vuilniswagen gevallen. Daarbij heeft hij ernstig letsel opgelopen. Hij heeft de rechtbank verzocht verweerder te veroordelen tot het vergoeden van de als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden schade. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de op hem rustende zorgplicht heeft geschonden. Weliswaar is in een Veiligheids- en gezondheidshandboek de instructie beschreven dat beladers de handgrepen aan de achterzijde van de vuilniswagen met twee handen moeten vasthouden, maar verweerder heeft niet aangetoond dat dit handboek aan verzoeker is uitgereikt. Verweerder heeft evenmin aangetoond dat tijdens zogenoemde themabijeenkomsten of werkoverleggen de twee-handen-vast-instructie is besproken, noch dat verzoeker bij de georganiseerde bijeenkomsten aanwezig is geweest. Ook heeft verweerder niet aangetoond dat tijdens cursussen of de instructie van de fabrikant de twee-handen-vast-instructie is besproken. Daarnaast heeft verweerder niet aangetoond dat er (voldoende) toezicht is gehouden op de naleving van de twee-handen-vast-instructie. Omdat de rechtbank op grond van artikel 8:95 van de Awb de beslissing op het verzoekschrift moet aanhouden als de hoogte van de schadevergoeding nog niet duidelijk is en ter zitting de gestelde schadeposten onbesproken zijn gebleven, heropent de rechtbank het onderzoek. De rechtbank heeft zonder voorbehoud geoordeeld dat verweerder de zorgplicht heeft geschonden. Het staat de rechtbank in beginsel niet vrij om daarvan terug te komen.
Betrokken advocaten
mr. J.W. Koeleman
eiser
mr. R.D. Lubach
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2025:3209, Rechtbank Overijssel, 20-05-2025, ak_22_1006
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:10156, Rechtbank Limburg, 18-12-2024, C/03/314790 / HA ZA 23-88 en C/03/320133 / HA ZA 23-309 en C/03/320134 / HA ZA 23-310 en C/03/320232 / HA ZA 23-315
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2024:10166, Rechtbank Limburg, 18-12-2024, C/03/317812 / HA ZA 23-213 en C/03/321995 / HA ZA 23-406
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2024:20311, Rechtbank Den Haag, 04-12-2024, C/09/666041 / HA ZA 24-411
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
7 maart 2018
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
UTR 17/969-H
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2018:1008