ECLI:NL:RBMNE:2022:1335, Rechtbank Midden-Nederland, 08-04-2022, 16.216479.21 (P) — RBMNE:2022:1335
Samenvatting
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (de eendaadse samenloop van) oplichting en het opzettelijk gebruik maken van een door hem zelf vervalste factuur. Verder heeft hij zich schuldig gemaakt aan eenvoudig witwassen. Deze strafbare feiten hebben er toe geleid dat verdachte een fors geldbedrag dat niet van hem was, namelijk meer dan € 20.000,- privé tot zijn beschikking heeft gehad. Verdachte heeft hiervan ook een deel uitgegeven, tot dat hij werd betrapt en de rekening werd bevroren. Verdachte heeft zich ter zitting open opgesteld, heeft de feiten ruiterlijk bekend en daarbij bovendien inzicht gegeven in zijn handelen destijds. Verdachte verkeerde in moeilijke persoonlijke en financiële omstandigheden ten tijde van het plegen van de feiten en zag naar eigen zeggen geen andere uitweg om (snel) aan geld te komen. Het oplichten van zijn werkgever heeft hem echter alleen maar verder in de problemen gebracht. Hij is zijn baan kwijt geraakt, hij is inmiddels door de kantonrechter veroordeeld om aan [slachtoffer] een schadevergoeding van ruim€ 25.000,- te betalen en moet zich nu in deze strafzaak verantwoorden voor het plegen van deze strafbare feiten. De rechtbank houdt verder rekening met het tijdsverloop sinds het plegen van de feiten en hoe verdachte sindsdien het leven in positieve zin opgepakt lijkt te hebben, met een loopbaan als stylist, een nieuw huwelijk en een kind op komst. Gelet op dat tijdsverloop sinds het plegen van de feiten (we zijn nu ruim 2 jaar en 8 maanden verder en sinds die tijd is verdachte niet met justitie in aanraking gekomen), ziet de rechtbank geen aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de officier van justitie met voornoemde omstandigheden in voldoende mate rekening gehouden. De rechtbank zal echter, gelet op het hiervoor overwogene, het door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke strafdeel achterwege laten. Naar het oordeel van de rechtbank kan worden volstaan met het opleggen van een taakstraf voor de duur van 160 uur subsidiair 80 uur vervangende hechtenis.
Betrokken advocaten
mr. R.E. Craenen
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:5075, Rechtbank Midden-Nederland, 08-09-2025, 16/385104-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:2186, Rechtbank Midden-Nederland, 07-05-2025, 16/287479-24, 16/304690-23 (gev. ttz), 96/135822-22 (vord. tul) en 16/141990-22 (vord. tul) (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:2556, Rechtbank Midden-Nederland, 09-04-2025, 16/318070-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:3003, Rechtbank Rotterdam, 24-02-2025, 11461563 HA VZ 24-98
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2022
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
16.216479.21 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:1335