Juristi.nl
ECLI:NL:RBMNE:2022:2503Strafrecht

ECLI:NL:RBMNE:2022:2503, Rechtbank Midden-Nederland, 27-06-2022, 16/126445-21 (P) — RBMNE:2022:2503

Samenvatting

Deze zaak is aan het rollen gebracht door een DNA-match die pas veel later is ontdekt, het gaat om een cold case zaak. Bewezenverklaring: Verdachte heeft zich tweeëntwintig jaar geleden schuldig gemaakt aan verkrachting. Verdachte heeft in de nacht van 22 juni 2000 een willekeurige vrouw in de bosjes geduwd, haar daar gehouden en is vervolgens met zijn penis binnengedrongen in de vagina van aangeefster. Straf: Volgens de vastgestelde oriëntatiepunten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zessendertig (36) maanden het oriëntatiepunt voor verkrachting met geweld of met een daarmee vergelijkbare mate van dwang. De rechtbank zal het oriëntatiepunt zoals heden geldt als uitgangspunt nemen. Het recidiverisico wordt door de reclassering laag ingeschat en de reclassering acht interventies of toezicht gezien het lage recidiverisico niet nodig. Met het oog hierop en gelet op het feit dat speciale preventie een minder grote rol speelt, komt de rechtbank tot een lagere gevangenisstraf dan het gegeven oriëntatiepunt. Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van dertig (30) maanden passend en geboden.

Betrokken advocaten

mr. J.R.A. Röschlau

verdachte

Advocatenkantoor Röschlau, UTRECHT

mr. E.M. van der Burg

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 juni 2022

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

16/126445-21 (P)

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2022:2503

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBMNE:2026:1425
Rechtbank Midden-Nederland·9 april 2026
Strafrecht
RBMNE:2026:1423
Rechtbank Midden-Nederland·9 april 2026
Strafrecht
RBMNE:2026:1432
Rechtbank Midden-Nederland·9 april 2026
Strafrecht
RBMNE:2026:1407
Rechtbank Midden-Nederland·8 april 2026
Strafrecht
RBMNE:2026:1409
Rechtbank Midden-Nederland·8 april 2026
Strafrecht