Juristi.nl
ECLI:NL:RBMNE:2022:5272Bestuursrecht; Omgevingsrecht

Rechtbank vernietigt gedeeltelijk handhavingsbesluit bosperceel — RBMNE:2022:5272

bestuursrechtelijke handhaving / handhavingsverzoek omgevingsrecht / beheer bosperceel

Eiser / verzoeker

bewoner aan de [adres] in Laren

VS

Verweerder / gedaagde

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren

De rechtbank vernietigt beide bestreden besluiten gedeeltelijk omdat het college bepaalde bezwaren ten onrechte inhoudelijk heeft beoordeeld in plaats van niet-ontvankelijk te verklaren, maar kent de bewoner geen dwangsom toe en laat de inhoudelijke beoordeling van het maaien buiten beschouwing.

  • Het college is geen dwangsom verschuldigd wegens te laat beslissen, omdat het eerste primaire besluit het handhavingsverzoek volledig afdeed en de ambtshalve constatering van een overtreding geen onderdeel uitmaakte van dat handhavingsverzoek.
  • De brief van 15 oktober 2021 waarin het college afzag van een last onder dwangsom is geen besluit in de zin van de Awb, omdat deze niet op rechtsgevolg is gericht; het bezwaar daartegen had niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.
  • De reikwijdte van een handhavingsverzoek kan na het primaire besluit niet meer worden uitgebreid, zodat de bewoner het maaien buiten het grasveld niet alsnog kon toevoegen aan zijn verzoek.
  • Beide bestreden besluiten worden gedeeltelijk vernietigd wegens het ten onrechte inhoudelijk beoordelen van bezwaren die niet-ontvankelijk hadden moeten worden verklaard.
  • De rechtbank is niet bevoegd inhoudelijk te oordelen over het maaien buiten het grasveld, omdat daarvoor nog geen appellabel primair besluit bestaat.

Samenvatting

Een bewoner van Laren voert al jaren strijd met zijn buurman over het beheer van een bosperceel dat aan hun tuinen grenst. De buurman beheert het bos en heeft er onder meer een grasveld aangelegd, heesters geplaatst en maait het terrein regelmatig. De bewoner vindt dat dit in strijd is met de regels en vroeg de gemeente herhaaldelijk om handhavend op te treden.

In december 2020 diende de bewoner een nieuw handhavingsverzoek in bij het college van burgemeester en wethouders van Laren. Na een terreinbezoek in maart 2021 besloot het college dat de meeste activiteiten geen overtreding opleverden, maar stelde het ambtshalve vast dat het maaien van het bosperceel buiten het grasveld om wél een overtreding was. Het college kondigde aan daarvoor een handhavingstraject op te starten, maar besloot uiteindelijk geen last onder dwangsom op te leggen omdat de overtreding inmiddels was gestopt.

De bewoner maakte bezwaar en stelde later beroep in bij de rechtbank. Hij voerde daarbij twee formele punten aan: het college zou te laat hebben beslist op zijn handhavingsverzoek, waardoor het hem een dwangsom verschuldigd zou zijn, en de twee bestreden besluiten zouden eigenlijk één geheel vormen.

De rechtbank maakt korte metten met beide formele stellingen. Over de dwangsom oordeelt de rechtbank dat het college met het eerste besluit van april 2021 al volledig had beslist op het handhavingsverzoek. De ambtshalve constatering dat er buiten het grasveld werd gemaaid, was geen onderdeel van de besluitvorming op het handhavingsverzoek, maar een eigen vaststelling van het college. Omdat het verzoek tijdig en volledig was afgehandeld, is er geen dwangsom verschuldigd.

Over de samenhang tussen de twee besluiten stelt de rechtbank vast dat de brief van 15 oktober 2021 — waarin het college meedeelde geen last onder dwangsom op te leggen — juridisch gezien helemaal geen besluit is in de zin van de wet. Een besluit moet gericht zijn op rechtsgevolg, en dat was deze brief niet. Omdat het geen besluit is, kon de bewoner er geen bezwaar tegen maken. Het college had het bezwaar dan ook niet-ontvankelijk moeten verklaren.

Datzelfde geldt deels voor het eerste bestreden besluit: ook daarin had het college bepaalde bezwaren van de bewoner niet-ontvankelijk moeten verklaren, namelijk voor zover die zagen op de ambtshalve constatering dat er buiten het grasveld werd gemaaid.

De rechtbank vernietigt beide bestreden besluiten gedeeltelijk vanwege deze gebreken. Inhoudelijk kunnen de beroepsgronden over het maaien buiten het grasveld niet worden beoordeeld, omdat daarvoor nog geen rechtsmiddelen openstaan. Andere inhoudelijke punten, zoals haagvorming, werden op de zitting door de bewoner ingetrokken.

Uiteindelijk draagt de rechtbank het college op om nieuwe beslissingen op bezwaar te nemen, waarbij de bezwaren van de bewoner op de genoemde onderdelen alsnog niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat dit aan het college is.

Betrokken advocaten

mr. L. Brouwers

eiser

mr. G. de Josselin

verweerder

mr. C.A. Blankenstein

derde-partij

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 december 2022

Zaaknummer

UTR 21/4372 en UTR 22/1935

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2022:5272

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechtbank bekrachtigt onteigening grond voor TenneT-uitbreiding Breukelen
Rechtbank Midden-Nederland·3 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Beroep omwonenden tegen schapenloods in Papekop faalt
Rechtbank Midden-Nederland·30 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Utrechtse man verliest handhavingsstrijd over scheefstaande scheidingsmuur
Rechtbank Midden-Nederland·27 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter wijst verzoek buren af tegen aanbouw woning Gooise Meren
Rechtbank Midden-Nederland·26 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter vernietigt dwangsom bakkerij Gooise Meren na verleende omgevingsvergunning
Rechtbank Midden-Nederland·26 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht