ECLI:NL:RBMNE:2022:655, Rechtbank Midden-Nederland, 23-02-2022, 16.133123.20 (P) — RBMNE:2022:655
Samenvatting
De rechtbank heeft een man uit Veendam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden voor feiten die verband houden met de oplichting van rekeninghouders van verschillende banken. De verdachte moet ook schadevergoeding betalen aan de opgelichte rekeninghouders. De officier van justitie had een gevangenisstraf geëist van 66 maanden. Voor de betrokkenheid bij de oplichting van een groot aantal rekeninghouders, was volgens de rechtbank echter onvoldoende bewijs aanwezig. De man uit Veendam is de hoofdverdachte binnen het opsporingsonderzoek met de naam Beurs. In zijn strafzaak is de rechtbank gekomen tot een bewezenverklaring van oplichting van 19 rekeninghouders voor een totaalbedrag van € 563.256,67 en van het witwassen van de opbrengst uit deze oplichtingen. Deze feiten heeft verdachte samen met anderen binnen een georganiseerd samenwerkingsverband gepleegd. De rechtbank heeft daarom ook bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie die was gericht op het plegen van de hiervoor genoemde misdrijven. De oplichting zag er meestal zo uit dat de rekeninghouders een e-mail ontvingen die afkomstig leek van hun bank. In die e-mails stond dat een derde was gemachtigd geld van hun rekening af te schrijven. Ook stond in de e-mail vaak een weblink die men moest aanklikken als de machtiging van de derde niet juist was. De rekeninghouders werden na het aanklikken van de link gebeld door een man die zich voordeed als een medewerker van de bank. Deze wist de rekeninghouders ervan te overtuigen om het geld over te boeken naar een ‘veilige rekening’. In werkelijkheid verdween het geld echter naar rekeningen van zogenaamde money mules en werd dit direct opgenomen door een casher. De hoofdverdachte vervulde bij dit alles een grote rol. Hij stuurde bellers, cashers en money mules aan en ging over de verdeling van de opbrengst. De rechtbank ziet in het dossier aanwijzingen dat zijn eigen opbrengst van grote omvang was. Zo benoemt hij in een chatgesprek dat hij wekelijks tonnen aan contant geld had. De rechtbank ziet in het dossier ook aanwijzingen dat hij zich met meer oplichtingen bezig heeft gehouden dan de oplichtingen die op de tenlastelegging staan vermeld. De verdachte moet zijn straf direct uitzitten. De rechtbank vindt het maatschappelijk niet aanvaardbaar dat deze verdachte een (eventueel) hoger beroep in vrijheid zou mogen afwachten.
Betrokken advocaten
mr. E. Bos
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:14853, Rechtbank Noord-Holland, 18-12-2025, 15/126514-23
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:14294, Rechtbank Noord-Holland, 05-12-2025, 15.104539.23
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8042, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-11-2025, 02-276278-22
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:OGHACMB:2025:255, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 28-10-2025, CUR2024H00251
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
23 februari 2022
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16.133123.20 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:655