Juristi.nl
ECLI:NL:RBMNE:2024:1004Civiel Recht

ECLI:NL:RBMNE:2024:1004, Rechtbank Midden-Nederland, 26-02-2024, C/16/569290 / KL ZA 24-20 — RBMNE:2024:1004

Samenvatting

Kort geding. Geschil naar aanleiding van de feitelijke beëindiging van de samenwerking tussen twee eenmanszaken. De voorzieningenrechter oordeelt dat aangenomen kan worden dat de samenwerkingsovereenkomst tot een einde is gekomen, waarbij gedaagde - die de overeenkomst heeft beëindigd - twee maanden tijd had moeten gunnen aan eiseres om orde op zaken te kunnen stellen. De inzagevordering op grond van artikel 843a Rv wordt grotendeels toegewezen, op straffe van een dwangsom. Het gevraagde voorschot op schadevergoeding en de betaling van enkele facturen wordt afgewezen, nu deze geldvorderingen niet in hoge mate aannemelijk zijn geworden. De vordering tot terugbetaling voor het laserapparaat wordt toegewezen, nu in hoge mate aannemelijk is dat eiseres de helft daarvan heeft betaald zonder dat zij gebruik mag maken van het laserapparaat.

Betrokken advocaten

mr. P. Habermehl

gedaagde

Van Diepen Van der Kroef Advocaten, AMSTERDAM

mr. D.E. Liqui Lung

gedaagde

DLL Legal, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

26 februari 2024

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/16/569290 / KL ZA 24-20

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2024:1004

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBMNE:2026:1395
Rechtbank Midden-Nederland·8 april 2026
Civiel Recht
Huisarts krijgt geen gelijk in ruzie om werkruimtes gedeelde praktijk
Rechtbank Midden-Nederland·1 april 2026
Civiel Recht
Rechter kent werknemer hoge billijke vergoeding toe na ernstig werkgeversgedrag
Rechtbank Midden-Nederland·27 maart 2026
Civiel Recht
Rechter geeft verzoeker inzage in financiële stukken na niet-betaling vonnis
Rechtbank Midden-Nederland·27 maart 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1355
Rechtbank Midden-Nederland·26 maart 2026
Civiel Recht