ECLI:NL:RBMNE:2024:1004, Rechtbank Midden-Nederland, 26-02-2024, C/16/569290 / KL ZA 24-20 — RBMNE:2024:1004
Samenvatting
Kort geding. Geschil naar aanleiding van de feitelijke beëindiging van de samenwerking tussen twee eenmanszaken. De voorzieningenrechter oordeelt dat aangenomen kan worden dat de samenwerkingsovereenkomst tot een einde is gekomen, waarbij gedaagde - die de overeenkomst heeft beëindigd - twee maanden tijd had moeten gunnen aan eiseres om orde op zaken te kunnen stellen. De inzagevordering op grond van artikel 843a Rv wordt grotendeels toegewezen, op straffe van een dwangsom. Het gevraagde voorschot op schadevergoeding en de betaling van enkele facturen wordt afgewezen, nu deze geldvorderingen niet in hoge mate aannemelijk zijn geworden. De vordering tot terugbetaling voor het laserapparaat wordt toegewezen, nu in hoge mate aannemelijk is dat eiseres de helft daarvan heeft betaald zonder dat zij gebruik mag maken van het laserapparaat.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:8474, Rechtbank Amsterdam, 05-11-2025, C/13/755604 / HA ZA 24-928
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:2916, Gerechtshof Amsterdam, 04-11-2025, 200.329.373/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:12599, Rechtbank Rotterdam, 22-10-2025, C/10/673508 / HA ZA 24-131
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:5076, Rechtbank Gelderland, 02-07-2025, C/05/439177 / HA ZA 24-391
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 februari 2024
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/16/569290 / KL ZA 24-20
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:1004