Juristi.nl
ECLI:NL:RBMNE:2024:1894Civiel Recht

ECLI:NL:RBMNE:2024:1894, Rechtbank Midden-Nederland, 27-03-2024, 548671 — RBMNE:2024:1894

Samenvatting

In het tussenvonnis van 22 november 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat de opzegging door gedaagde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was, omdat bij die opzegging geen aanbod tot een (schade)vergoeding is gedaan, en dat gedaagde de schade van eiseres moet vergoeden. Bij het vaststellen van die schadevergoeding moet eiseres zoveel mogelijk in de positie worden gebracht, waarin hij zou hebben verkeerd als de schadeveroorzakende gebeurtenis niet had plaatsgevonden. De schadevergoeding moet dan ook worden gesteld op het bedrag van de vergoeding die gedaagde bij opzegging had moeten aanbieden. De vordering van eiseres wordt afgewezen, omdat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat zij schade heeft geleden.

Betrokken advocaten

mr. W.B.J. van Overbeek

eiser

Houthoff Co�peratief U.A., AMSTERDAM

mr. J. Verboon

eiser

Houthoff Co�peratief U.A., AMSTERDAM

mr. P.A.J.M. Lodestijn

eiser

mr P.A.J.M. Lodestijn, NIJMEGEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2024

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

548671

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2024:1894

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Huisarts krijgt geen gelijk in ruzie om werkruimtes gedeelde praktijk
Rechtbank Midden-Nederland·1 apr 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1197
Rechtbank Midden-Nederland·24 mrt 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1293
Rechtbank Midden-Nederland·20 mrt 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1281
Rechtbank Midden-Nederland·19 mrt 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1254
Rechtbank Midden-Nederland·19 mrt 2026
Civiel Recht