ECLI:NL:RBMNE:2024:1894, Rechtbank Midden-Nederland, 27-03-2024, 548671 — RBMNE:2024:1894
Samenvatting
In het tussenvonnis van 22 november 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat de opzegging door gedaagde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was, omdat bij die opzegging geen aanbod tot een (schade)vergoeding is gedaan, en dat gedaagde de schade van eiseres moet vergoeden. Bij het vaststellen van die schadevergoeding moet eiseres zoveel mogelijk in de positie worden gebracht, waarin hij zou hebben verkeerd als de schadeveroorzakende gebeurtenis niet had plaatsgevonden. De schadevergoeding moet dan ook worden gesteld op het bedrag van de vergoeding die gedaagde bij opzegging had moeten aanbieden. De vordering van eiseres wordt afgewezen, omdat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat zij schade heeft geleden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:2255, Gerechtshof Den Haag, 15-07-2025, 200.334.862/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Aanbestedingsrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:1150, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-04-2025, 200.337.970_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:673, Gerechtshof Amsterdam, 18-03-2025, 200.331.284/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:620, Gerechtshof Amsterdam, 20-02-2024, 200.311.070/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2024
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
548671
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:1894