ECLI:NL:RBMNE:2024:2200, Rechtbank Midden-Nederland, 11-04-2024, 22/5791 — RBMNE:2024:2200
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de hoogte van het smartengeld dat de korpschef eiser moet toekennen. De korpschef heeft de hoogte van het smartengeld gebaseerd op het blijvende invaliditeitspercentage dat op dat moment was vastgesteld. Tussen partijen is in geschil of de korpschef dit zo mocht doen of dat hij had moeten wachten op de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage om dat te gebruiken voor de berekening van de hoogte van het smartengeld. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de manier waarop de korpschef het bestreden besluit heeft genomen niet zorgvuldig is. De korpschef had de uitkomst van eisers ziektetraject moeten afwachten. De rechtbank draagt de korpschef op om op basis van het inmiddels vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage een nieuw besluit over het aan eiser toe te kennen smartengeld te nemen.
Betrokken advocaten
mr. N. Stommels
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2083, Rechtbank Den Haag, 06-02-2026, NL25.48595
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:231, Rechtbank Den Haag, 08-01-2026, 23/5983
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:777, Centrale Raad van Beroep, 15-05-2025, 23/1866 WAD
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2024:1392, Centrale Raad van Beroep, 11-07-2024, 22/3795 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 april 2024
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
22/5791
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:2200