ECLI:NL:RBMNE:2024:4699, Rechtbank Midden-Nederland, 31-07-2024, 11067318 — RBMNE:2024:4699
Samenvatting
Kort geding. Gedaagde heeft zijn paard niet opgehaald bij het opfokbedrijf van eisers, terwijl de weide- en stallingsovereenkomst tussen partijen is geëindigd. Eisers eisen dat gedaagde de hengst komt ophalen en dat hij een (schade)vergoeding betaalt voor het (langere) verblijf van de hengst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er eerst een aanvullende afspraak is gemaakt en eisers daarna als zaakwaarnemer hebben gehandeld. De vorderingen worden grotendeels toegewezen.
Betrokken advocaten
mr. R. Keuken
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:4014, Rechtbank Midden-Nederland, 18-07-2025, 11453479 \ UC EXPL 24-8522 VL/58599
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2024:6941, Rechtbank Overijssel, 23-12-2024, ak_23_2594
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:12615, Rechtbank Den Haag, 19-07-2024, C/09/660882/HA ZA 24-114
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBOVE:2024:2298, Rechtbank Overijssel, 30-04-2024, AK_24_2199
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 juli 2024
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11067318
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:4699