ECLI:NL:RBMNE:2025:1386, Rechtbank Midden-Nederland, 02-04-2025, 575625 — RBMNE:2025:1386
Samenvatting
In deze zaak speelt de vraag of A recht heeft op een vergoeding op grond van een samenwerkingsovereenkomst die zij, althans haar rechtsvoorgangster, met B heeft gesloten. A meent van wel omdat inmiddels meer dan duizend taxiverzekeringen zijn afgesloten. Volgens A is het voor haar vergoedingsrecht niet relevant in hoeverre die verzekeringen dankzij haar promotiewerkzaamheden zijn afgesloten. De rechtbank oordeelt dat de door A voorgestane uitleg van de overeenkomst niet kan worden gevolgd. Een redelijke uitleg van de overeenkomst brengt met zich dat A alleen aanspraak kan maken op een vergoeding als zij substantiële (promotie)werkzaamheden zou hebben verricht. A heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat zij die heeft verricht. De rechtbank wijst de vorderingen van A daarom af.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:26354, Rechtbank Den Haag, 12-12-2025, C/09/662512 / FA RK 24-1629
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:2715, Gerechtshof Amsterdam, 14-10-2025, 200.328.925
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2025:2061, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-07-2025, 200.335.732_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:2244, Rechtbank Amsterdam, 20-03-2024, 731413
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Goederenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
575625
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:1386