AP weigert terecht handhaving tegen Belastingdienst voor AVG-gegevensdoorgave IRS — RBMNE:2025:2805
Samenvatting
Eiseres heeft de AP verzocht om handhavend op te treden tegen de Belastingdienst, omdat de Belastingdienst volgens haar onrechtmatig persoonsgegevens verstrekt aan de Amerikaanse belastingdienst, de IRS. De Belastingdienst levert persoonsgegevens door op grond van de Intergovernmental Agreement (IGA), een bilateraal verdrag dat tussen Nederland en de VS is afgesloten. Volgens eiseres kan deze IGA niet als grondslag dienen voor het doorleveren van persoonsgegevens, omdat dit verdrag dateert van vóór de inwerkingtreding van de AVG. Volgens eiseres biedt de IGA onvoldoende waarborgen voor de doorlevering van persoonsgegevens. De rechtbank geeft eiseres hierin geen gelijk. De IGA voldeed namelijk bij de inwerkingtreding aan de toen geldende privacywetgeving en dat betekent dat volgens artikel 96 van de AVG dit verdrag van kracht is gebleven en wel als grondslag kan dienen voor de doorlevering. De rechtbank oordeelt verder dat er voldoende passende waarborgen zijn voor internationale doorgifte, zoals bedoeld in artikel 46, tweede lid, van de AVG. Dat niet al die waarborgen in de IGA zelf staan, is daarbij niet relevant. Dat hoeft namelijk niet. De waarborgen zijn neergelegd in andere geldende belastingwetgeving en dat is voldoende. Ook volgt de rechtbank eiseres niet in haar standpunt dat het doel van de doorgifte niet duidelijk is en dat de doorgifte niet noodzakelijk zou zijn en niet proportioneel. De rechtbank vindt in dat kader relevant dat de Belastingdienst op basis van een verdrag een minimale dataset doorgeeft aan de IRS. Het gaat om reguliere gegevens, van belang voor de uitvoering van belastingwetten. Eiseres heeft niet (niet eens een begin van) aannemelijk gemaakt dat de verstrekte gegevens een ander doel dienen. Het is verder in het kader van de proportionaliteit van de verwerking van de gegevens van eiseres niet relevant dat de IRS niet dezelfde gegevens aan de Belastingdienst levert als andersom. Het gestelde gebrek aan wederkerigheid doet namelijk niet af aan de verwerking van de persoonsgegevens van eiseres. De Belastingdienst houdt zich verder aan zijn verantwoordingsplicht en maakt ook geen inbreuk op het transparantiebeginsel en de informatieverplichting ten aanzien van eiseres. Dat er bij eiseres onduidelijkheid zou bestaan over de doorgifte van haar persoonsgegevens, is de rechtbank ook verder niet gebleken. Samenvattend komt de rechtbank tot de conclusie dat de Belastingdienst niet onrechtmatig gegevens doorlevert aan de IRS en daarom is er geen aanleiding voor de AP om handhavend op te treden. Bij de rechtbank bestaan geen vragen over de uitleg van de relevante wet- en regelgeving en daarom stelt zij geen prejudiciële vragen. Ook ziet zij geen aanleiding voor heropening van het onderzoek vanwege de beslissing van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit over de Belgische IGA. Die beslissing gaat namelijk niet over de situatie van eiseres en is in zoverre niet relevant. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond.
Betrokken advocaten
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE
mr. V. Wellens
eiser
mr. J.M.A. Koster
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:1642, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-03-2026, 200.362.585
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2026:749, Gerechtshof Amsterdam, 17-03-2026, 200.346.972/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2026:937, Rechtbank Midden-Nederland, 26-02-2026, UTR 26/21
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBGEL:2026:1384, Rechtbank Gelderland, 25-02-2026, 462014
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
11 juni 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
UTR 24/715
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:2805