Juristi.nl

ECLI:NL:RBMNE:2025:2995, Rechtbank Midden-Nederland, 06-06-2025, UTR 22/5763, UTR 23/940 en UTR 23/1455 — RBMNE:2025:2995

Samenvatting

De subsidies van eisers zijn op grond van de NOW-1 vastgesteld op nihil, omdat eisers bij hun aanvraag geen verklaring over dividenduitkeringen hebben overgelegd van het groepshoofd van hun concern, terwijl artikel 6a, eerste lid en onder c van de NOW-1 dat wel vereist. Naar het oordeel van de rechtbank vindt deze subsidieverplichting haar grondslag in artikel 4:38 van de Awb, omdat de verplichting rechtstreeks verband houdt met het doel van de NOW-1. De rechtbank is bovendien niet gebleken dat de subsidieverplichting en het gevolg als daar niet aan wordt voldaan (nihilstelling) op zichzelf, maar ook (in het kader van de belangenafweging die de minister moet maken) in het specifieke geval van eisers, onevenredig zou zijn in verhouding tot de doelen van de NOW-1. De beroepen zijn ongegrond. De minister wordt vanwege een motiveringsgebrek in de bestreden besluiten wel veroordeeld in de proceskosten van eisers.

Betrokken advocaten

mr. J.R. van Angeren

eiser

Stibbe, AMSTERDAM

H.J.J. Verhoeven

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

6 juni 2025

Zaaknummer

UTR 22/5763, UTR 23/940 en UTR 23/1455

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2025:2995

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBMNE:2026:1157
Rechtbank Midden-Nederland·9 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:1063
Rechtbank Midden-Nederland·5 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:1067
Rechtbank Midden-Nederland·5 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:904
Rechtbank Midden-Nederland·4 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:800
Rechtbank Midden-Nederland·3 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht