ECLI:NL:RBMNE:2025:2995, Rechtbank Midden-Nederland, 06-06-2025, UTR 22/5763, UTR 23/940 en UTR 23/1455 — RBMNE:2025:2995
Samenvatting
De subsidies van eisers zijn op grond van de NOW-1 vastgesteld op nihil, omdat eisers bij hun aanvraag geen verklaring over dividenduitkeringen hebben overgelegd van het groepshoofd van hun concern, terwijl artikel 6a, eerste lid en onder c van de NOW-1 dat wel vereist. Naar het oordeel van de rechtbank vindt deze subsidieverplichting haar grondslag in artikel 4:38 van de Awb, omdat de verplichting rechtstreeks verband houdt met het doel van de NOW-1. De rechtbank is bovendien niet gebleken dat de subsidieverplichting en het gevolg als daar niet aan wordt voldaan (nihilstelling) op zichzelf, maar ook (in het kader van de belangenafweging die de minister moet maken) in het specifieke geval van eisers, onevenredig zou zijn in verhouding tot de doelen van de NOW-1. De beroepen zijn ongegrond. De minister wordt vanwege een motiveringsgebrek in de bestreden besluiten wel veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Betrokken advocaten
H.J.J. Verhoeven
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:682, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11-12-2025, 24/358
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6992, Rechtbank Overijssel, 05-12-2025, ak_24_2594, 24_2595, 24_2605, 24_2607, 24_2608, 24_2609 en 24_4240
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6989, Rechtbank Overijssel, 05-12-2025, AK_24_2597 en 24_2598
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5331, Raad van State, 05-11-2025, 202203807/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 juni 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
UTR 22/5763, UTR 23/940 en UTR 23/1455
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:2995