ECLI:NL:RBMNE:2025:3234, Rechtbank Midden-Nederland, 04-07-2025, C/16/569133 — RBMNE:2025:3234
Samenvatting
De rechtbank heeft in haar eerdere tussenvonnis van 15 januari 2025 (hierna: het tussenvonnis) geoordeeld dat gedaagden bepaalde juridische kosten en bankkosten van eisers moeten vergoeden. In dit tussenvonnis oordeelt de rechtbank dat de door eisers gevorderde schade die bestaat uit de kosten voor het inroepen van de hypothecaire mandaten door ING ook zal worden toegewezen. Partijen mogen zich nogmaals uitlaten over de schade die bestaat uit het gemiste rendement, omdat het partijdebat daarover nog niet is afgerond.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24050, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, C/09/678094 / HA ZA 25-18
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:677, Gerechtshof Amsterdam, 18-03-2025, 200.336.475/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2025:150, Gerechtshof Den Haag, 18-02-2025, 200.283.147/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:143, Gerechtshof Den Haag, 13-02-2024, 200.283.147/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 juli 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel Recht; OndernemingsrechtZaaknummer
C/16/569133
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:3234