ECLI:NL:RBMNE:2025:4362, Rechtbank Midden-Nederland, 20-08-2025, 11394828 — RBMNE:2025:4362
Samenvatting
Uitleg vaststellingsovereenkomst. De onduidelijke bewoording wordt ten nadele van de opsteller (eiser) uitgelegd. Partijen hebben een huurovereenkomst gesloten voor een bedrijfsruimte in een groot winkelcentrum. Het was de bedoeling dat gedaagde die bedrijfsruimte af zou bouwen om daar een [.] supermarkt met eetgelegenheid te gaan exploiteren. Zover is het nooit gekomen, omdat gedaagde de financiering niet rond kreeg en dat op korte termijn ook niet zou gaan lukken. Na de start van de procedure hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin is afgesproken dat gedaagde in termijnen een beëindigingsvergoeding betaald. Gedaagde is die afspraak niet volledig nagekomen en partijen verschillen van mening over wat daar de gevolgen van zijn. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde op grond van de vaststellingsovereenkomst alleen nog het restant van de beëindigingsvergoeding verschuldigd is in plaats van de volledige huurachterstand, verbeurde contractuele boetes en een schadevergeoeding.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:922, Rechtbank Rotterdam, 02-02-2026, 11932800 VV EXPL 25-627
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:8451, Rechtbank Den Haag, 14-05-2025, C/09/679721 / HA RK 25-55
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2024:6687, Rechtbank Midden-Nederland, 11-12-2024, 11078674
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2024:22442, Rechtbank Den Haag, 10-12-2024, C/09/668207 / KG ZA 24-548
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 augustus 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11394828
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:4362