ECLI:NL:RBMNE:2025:5018, Rechtbank Midden-Nederland, 24-09-2025, 11624081 — RBMNE:2025:5018
Samenvatting
Gedaagde was werkzaam bij eiseres op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, totdat hij in mei 2024 op staande voet is ontslagen. Bij de eindafrekening, waarin onder meer het vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen waren opgenomen, heeft eiseres het laatste salaris van gedaagde verrekend met – volgens haar – nog door gedaagde verschuldigde betalingen. Omdat die verrekening niet toereikend was voor de afbetaling van het volgens eiseres verschuldigde bedrag, vordert zij in deze procedure van gedaagde de betaling van het restantbedrag, rente en kosten. De kantonrechter zal deze vordering grotendeels afwijzen en zal de tegenvordering van gedaagde tot betaling van vakantiegeld, niet genoten vakantiedagen en ziekte-uren toewijzen.
Betrokken advocaten
J.J. van der Linden
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:9901, Rechtbank Amsterdam, 13-11-2025, 13.208081.23
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5263, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-08-2025, 21-002116-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:15561, Rechtbank Noord-Holland, 22-07-2025, C/15/364063 / HA RK 25-56
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Europees Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:3046, Rechtbank Amsterdam, 12-05-2025, AMS 24/4634
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 september 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
11624081
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:5018