Juristi.nl
ECLI:NL:RBMNE:2025:6674Civiel Recht

ECLI:NL:RBMNE:2025:6674, Rechtbank Midden-Nederland, 17-12-2025, 11896293 — RBMNE:2025:6674

Samenvatting

Partijen willen met deze procedure duidelijkheid verkrijgen over de hoogte van de transitievergoeding die de werkgever aan de werknemer verschuldigd is bij het beëindigen van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. In dit verband hebben partijen ingevolge artikel 96 Rv een gezamenlijk verzoek gedaan en de kantonrechter gevraagd zich hierover uit te laten. Partijen zijn het erover eens dat de transitievergoeding minimaal € 25.844,02 bruto bedraagt, berekend over de periode 13 mei 1985 (indiensttreding) tot einde dienstverband per 1 april 2025 over een arbeidsduur van 20 uur. De werknemer meent echter recht te hebben op een hoger bedrag. Volgens hem moet voor de gehele periode worden uitgegaan van een arbeidsduur van 40 uur, waardoor de transitievergoeding hoger uitvalt. De kantonrechter volgt de werknemer deels hierin en zal hieronder uitleggen waarom.

Betrokken advocaten

mr. A. Robustella

verzoeker

Van Veen Advocaten, EDE GLD

mr. M.M. Pasman

verzoeker

Aegis Advocaten Noord, HAREN GN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

17 december 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

11896293

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2025:6674

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Huisarts krijgt geen gelijk in ruzie om werkruimtes gedeelde praktijk
Rechtbank Midden-Nederland·1 apr 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1197
Rechtbank Midden-Nederland·24 mrt 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1293
Rechtbank Midden-Nederland·20 mrt 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1281
Rechtbank Midden-Nederland·19 mrt 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1254
Rechtbank Midden-Nederland·19 mrt 2026
Civiel Recht