Jongere veroordeeld voor molotovcocktail bij restaurant in Lelystad — RBMNE:2026:1381
voorbereiding ontploffing / voorhanden hebben van wapen (molotovcocktail)
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte (minderjarig, geboren 2006)
Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur (waarvan 25 uur voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar), met aftrek van voorarrest; vrijgesproken van het onderdeel over de (gas)aansteker.
- Rechtbank acht bewezen dat verdachte opzet had om molotovcocktail daadwerkelijk tot ontploffing te brengen, ondanks verklaring dat het alleen als afschrikking bedoeld was
- Niet-ontploffing is toe te schrijven aan externe omstandigheid (beschoten worden door slachtoffer), niet aan vrijwillige terugtred verdachte
- Feit 1 (voorbereiding brandstichting) en feit 2 (voorhanden hebben wapen categorie II) aangemerkt als eendaadse samenloop
- Overschrijding redelijke termijn met zes maanden verdisconteerd in de strafmaat
- Taakstraf van 50 uur opgelegd, waarvan 25 uur voorwaardelijk met proeftijd van twee jaar
Samenvatting
Een minderjarige jongen uit Lelystad stond terecht voor het voorbereiden van een aanslag met een molotovcocktail op een restaurant. De zaak speelt zich af in de nacht van 20 mei 2024, toen de destijds minderjarige verdachte samen met een ander op een scooter naar het restaurant van het slachtoffer reed. Aanleiding was een al langer durend, gewelddadig familieconflict: de broer van de verdachte zou door de restauranteigenaar zijn aangevallen.
De verdachte verklaarde dat hij de molotovcocktail alleen voor de deur van het restaurant wilde neerleggen om het slachtoffer bang te maken — niet om hem daadwerkelijk aan te steken. De rechtbank geloofde dit verhaal niet. Op basis van de omstandigheden, waaronder de kant-en-klare en conceptueel deugdelijke molotovcocktail, de locatie en het motief van wraak, concludeerde de rechter dat de verdachte wel degelijk van plan was het explosief tot ontploffing te brengen. Dat dit niet is gebeurd, was niet zijn eigen verdienste: op het moment dat hij de molotovcocktail tevoorschijn haalde, opende het slachtoffer het vuur op hem, waarna hij vluchtte.
Het NFI onderzocht het goedje in de fles en stelde vast dat het om benzine ging. De rechtbank oordeelde dat de molotovcocktail naar uiterlijke verschijningsvorm bestemd was voor het treffen van personen of zaken door vuur of ontploffing. Daarmee achtte ze zowel de voorbereiding van brandstichting via een ontploffing als het voorhanden hebben van een wapen bewezen. Beide feiten werden als eendaadse samenloop aangemerkt, omdat ze in wezen op hetzelfde tijdstip en dezelfde plek plaatsvonden en één verwijt vormen.
De officier van justitie eiste een taakstraf van 50 uur, waarvan 25 uur voorwaardelijk. De verdediging pleitte primair voor vrijspraak en subsidiair voor een rechterlijk pardon. Daarbij wees de advocaat op verzachtende omstandigheden: de verdachte handelde impulsief, was aangestuurd door een derde, had geen strafblad en werd zelf beschoten tijdens het incident. Ook werd gewezen op een overschrijding van de redelijke termijn en de wens van de verdachte om in de zorg te werken — waarvoor een strafblad een belemmering zou vormen.
De rechtbank nam al deze omstandigheden mee in haar oordeel, maar benadrukte ook de ernst van de feiten. Molotovcocktails zijn levensgevaarlijk en kunnen bij een ontploffing dodelijk letsel veroorzaken, niet alleen voor het beoogde slachtoffer maar ook voor omstanders. De aanwezigheid ervan in een woonwijk veroorzaakt bovendien angst en maatschappelijke onrust. De rechtbank rekende de verdachte aan dat hij koos voor ernstige eigenrichting en geen rekening hield met de gevaarlijke gevolgen van zijn handelen.
Uiteindelijk legde de rechtbank de verdachte een taakstraf op van 50 uur, waarvan 25 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van het voorarrest. De overschrijding van de redelijke termijn werd verdisconteerd in de strafmaat.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2026:322, Rechtbank Overijssel, 27-01-2026, 08.031949-23 (P)
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:3450, Rechtbank Den Haag, 05-03-2025, 672563
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:414, Rechtbank Den Haag, 15-01-2025, 648097
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2024:4501, Rechtbank Amsterdam, 09-07-2024, C/13/750595 / KG ZA 24-390
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16/166926-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:1381