ECLI:NL:RBMNE:2026:934, Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2026, 16/333744-24; 05/109318-25 (gev. ttz); 05/230574-25 (gev. ttz); 05/184123-24 (vord. TUL) — RBMNE:2026:934
Samenvatting
De officier van justitie heeft drie zaken tegen de verdachte bij de rechtbank aangebracht. In zaak A (woningoverval te Leusden) wordt de verdachte vrijgesproken van de aan hem ten laste gelegde poging tot doodslag (feit 1) en bedreiging (feit 2). Bij beide feiten staat het gebruik van een vuurwapen centraal. De rechtbank kan uit het dossier niet afleiden dat de verdachte het vuurwapen meegenomen of gebruikt heeft. De rechtbank kan ook niet vaststellen of de verdachte ervan op de hoogte was dat een van zijn medeverdachten een vuurwapen naar de woning meenam. Daarom kan ieder geval daaruit niet worden afgeleid dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de dood, op het bedreigen met de dood of op het bedreigen met zwaar lichamelijk letsel. Het dossier bevat ook geen ander bewijs waaruit het (voorwaardelijk) opzet op de dood of de bedreiging van de aangever duidelijk wordt. De rechtbank acht feit 3 primair, het medeplegen van diefstal met geweld, wel wettig en overtuigend bewezen. In zaak B acht de rechtbank mishandeling van de aangever bewezen. In zaak C acht de rechtbank mishandeling van de beide aangevers wettig en overtuigend bewezen. Aan de verdachte wordt een jeugddetentie van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk opgelegd. Aan het voorwaardelijk deel van de jeugddetentie zijn de door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerde bijzondere voorwaarden verbonden. De vorderingen van de benadeelde partijen worden gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Betrokken advocaten
mr. M.M.L. Kalsbeek
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:3394, Raad van State, 23-07-2025, 202304978/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1889, Gerechtshof Amsterdam, 09-07-2024, 200.329.022/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:HR:2024:541, Hoge Raad, 05-04-2024, 24/00224
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBMNE:2023:5502, Rechtbank Midden-Nederland, 18-10-2023, UTR 23/3535
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 maart 2026
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16/333744-24; 05/109318-25 (gev. ttz); 05/230574-25 (gev. ttz); 05/184123-24 (vord. TUL)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:934