ECLI:NL:RBNHO:2016:10296, Rechtbank Noord-Holland, 14-12-2016, C/15/246645 / FA RK 16-4533 — RBNHO:2016:10296
Samenvatting
De rechtbank heeft het verzoek van de man om de Raad te veroordelen in de door hem gemaakte proceskosten van de bodemprocedures en de appelprocedure afgewezen. De rechtbank ziet ook anderszins geen redenen om af te wijken van de gebruikelijke gang van zaken waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. De rechtbank is van oordeel dat de man dan wel zijn advocaat kon weten dan wel verwachten dat het gerechtshof in de beroepsprocedure geen uitspraak zou kunnen doen voor de datum waarop de beide bodemprocedures bij de rechtbank behandeld zouden worden, terwijl ook niet gebleken is dat er daadwerkelijk een dringende noodzaak bestond al vóór de datum van waarop de bodemprocedures behandeld zouden worden beroep in te stellen bij het gerechtshof Amsterdam tegen de beschikking waarbij van de provisionele vordering door de rechtbank was afgewezen. De advocaat was op dat moment reeds op de hoogte van de inhoud van het rapport en advies van de Raad, alsmede van de datum van de zitting bij de rechtbank in de afstammingszaak en van het streven van de rechtbank beide verzoeken op die dag te behandelen. De rechtbank is daarbij van oordeel dat de Raad niet kan worden verweten dat de man extra proceskosten heeft moeten maken voor het instellen van de beroepsprocedure, zoals griffierecht en eigen bijdrage. Het instellen van beroep is een bewuste keuze van de man dan wel zijn advocaat. Ditzelfde geldt voor het standpunt van de man dat zijn advocaat (weliswaar op pro deo basis) meer uren aan de zaak heeft moeten besteden. Ook kan de Raad niet worden veroordeeld in de kosten van de gezagsprocedure, nu niet de Raad dit verzoek heeft ingediend, maar de Raad op verzoek van de rechtbank slechts een advies heeft uitgebracht over de vraag op welke wijze moet worden voorzien in het opengevallen gezag over de kinderen, waarna de rechtbank heeft beslist. Dat dit rapport onder een nieuw zaaknummer wordt ingeschreven doet daaraan niet af evenals de stelling van de advocaat van de man dat de bijzondere curator het verzoek van de man hem met de voorlopige voogdij te belasten had overgenomen. De bijzondere curator is op grond van artikel 1:212 BW immers slechts benoemd om in de afstammingskwestie te toetsen of het belang van de kinderen gediend is met het verlenen van de vervangende toestemming tot erkenning. De Raad kan evenmin worden veroordeeld in de door de man gestelde kosten in de afstammingsprocedure, nu de man deze procedure zelf heeft ingesteld en deze procedure noodzakelijk is om juridisch vader van zijn kinderen te worden. Ook anderszins zijn er geen redenen om af te wijken van de gebruikelijke gang van zaken waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Betrokken advocaten
Mulders Blom advocaten & scheidingsmediation, PURMEREND
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:7515, Rechtbank Noord-Holland, 07-07-2025, C/15/363136 / FA RK 25-1368
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:3507, Gerechtshof Amsterdam, 17-12-2024, 200.340.771/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1444, Gerechtshof Amsterdam, 28-05-2024, 200.334.402/01 en 200.335.887/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBNHO:2024:1137, Rechtbank Noord-Holland, 02-02-2024, C/15/337036 / FA RK 23-829
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 december 2016
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/15/246645 / FA RK 16-4533
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2016:10296