ECLI:NL:RBNHO:2018:7932, Rechtbank Noord-Holland, 02-07-2018, AWB - 16 _ 5404 — RBNHO:2018:7932
Samenvatting
Omgevingsvergunning voor het verzwaren van een brugplaat van een reeds bestaande brug. De brug is bestemd voor (ontsluiting van) bestemmingsverkeer en hulpdiensten naar een recreatiepark. Misbruik van recht. Relativiteitsvereiste. Aannemelijkheidsbeoordeling eisen van hoofdstuk 2 van het Bouwbesluit 2012 mede aan de hand van verslagen van de Stichting advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (de STAB). De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat aan de zijde van eiser sprake is van misbruik van recht. Het relativiteitsvereiste staat er aan in de weg dat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 6.37 van het Bouwbesluit 2012, waarin eisen zijn gesteld aan een verbindingsweg, wordt vernietigd. Die bepaling strekt naar het oordeel van de rechtbank ter bescherming van de belangen van gebruikers van het recreatiepark en niet ter bescherming van de belangen van eiser als omwonende. De gebruikers van het recreatiepark moeten in geval van nood bereikbaar zijn voor hulpdiensten. De rechtbank is van oordeel dat terecht is getoetst aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 voor verbouw en dat het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende rapport terecht is gebaseerd op het niveau van eisen zoals aangegeven in NEN 8700. Aan NEN-EN 1991-2 hoefde niet te worden getoetst, omdat die norm is bedoeld voor wegverkeersbruggen in de openbare ruimte, waarvan publieke eigenaren overheden zijn. In dit geval gaat het echter om een toegangsbrug naar een particulier terrein die in eigendom is van een particulier. Verder kon een proefbelasting als bepalingsmethode worden gehanteerd om aannemelijk te maken dat de brug aan de eisen van afdeling 2.1 “Algemene sterkte van de bouwconstructie” van het Bouwbesluit 2012 voldoet. Bij de proefbelasting is terecht uitgegaan van gevolgklasse CC1. Verweerder kan worden gevolgd in diens conclusie dat op basis van het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende rapport aannemelijk is dat het project voldoet aan de eisen van afdeling 2.1 van het Bouwbesluit. De STAB heeft in haar verslagen ook bevestigd dat die conclusie op basis van dat rapport kan worden getrokken.
Betrokken advocaten
mr. J.M.M. Vriend
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2024:607, Rechtbank Amsterdam, 08-02-2024, C/13/745325 / KG ZA 24-42
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2023:2618, Gerechtshof Amsterdam, 10-10-2023, 200.323.313/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2023:7960, Rechtbank Noord-Holland, 26-07-2023, C/15/339083 / HA ZA 23-244
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBNHO:2023:245, Rechtbank Noord-Holland, 11-01-2023, C/15/326471 / HA ZA 22-207
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
2 juli 2018
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
AWB - 16 _ 5404
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2018:7932