ECLI:NL:RBNHO:2019:6516, Rechtbank Noord-Holland, 20-06-2019, 7732675 / AO VERZ 19-46 — RBNHO:2019:6516
Samenvatting
De kantonrechter is van oordeel dat door Bak onvoldoende zwaarwegende feiten en omstandigheden zijn gesteld die meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat aan verzoeker de aanzegvergoeding wordt toegekend. De omstandigheid, zoals door Bak aangevoerd, dat verzoeker niet in onzekerheid kon hebben verkeerd over het einde van zijn dienstverband is, wat hier ook van zij, onvoldoende om te oordelen dat de aanspraak op de aanzegvergoeding in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Gelet op het debat van partijen bestond er bij verzoeker onduidelijkheid over de status van het dienstverband. Uit de overgelegde correspondentie en het uit de Whats-Appgroep zetten valt niet ondubbelzinnig op te maken dat het dienstverband zal worden beëindigd. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker zonder geldige reden en zonder ziekmelding met ingang van 19 oktober 2018 niet meer op het werk is verschenen. Dat komt voor rekening en risico van verzoeker. Verder hebben partijen naar het oordeel van de kantonrechter over en weer onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in de periode tussen 19 oktober 2018 en 20 december 2018 contact hebben opgenomen over de beschikbaarheid van verzoeker om werkzaamheden te verrichten. Eerst in de brief van 21 december 2018 heeft verzoeker aan Bak aangegeven dat hij beschikbaar is (geweest) voor werk. Uit deze brief had Bak kunnen afleiden dat verzoeker beschikbaar was voor werk en had Bak aanleiding moeten zien om verzoeker op te roepen om zijn werkzaamheden te verrichten. De keuze van Bak om verzoeker niet op te roepen ligt vanaf dat moment dan ook in de risicosfeer van Bak. Bovenstaande brengt de kantonrechter tot de conclusie dat Bak voor de periode van 19 oktober 2018 tot en met 20 december 2018 geen loon aan verzoeker is verschuldigd en dat Bak vanaf 21 december 2018 weer verplicht is tot doorbetaling van het loon tot het einde dienstverband op 28 februari 2019.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:2571, Rechtbank Noord-Holland, 02-03-2026, 11999307
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:1360, Rechtbank Noord-Holland, 13-02-2026, 11956777 BM VERZ 25-2419 ZK
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2026:1043, Rechtbank Noord-Holland, 05-02-2026, 11982782
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2026:1277, Rechtbank Noord-Holland, 05-02-2026, NL:TZ:0000423383:B001 ZK
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
20 juni 2019
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
7732675 / AO VERZ 19-46
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2019:6516