Man veroordeeld voor poging woningoverval met geweld en bedreiging — RBNHO:2020:2170
poging tot woningoverval met geweld en bedreiging
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (officier van justitie mr. M. Kubbinga)
Verweerder / gedaagde
verdachte
De verdachte werd veroordeeld voor poging tot diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd in vereniging, en kreeg een gevangenisstraf opgelegd.
- Dactyloscopische sporen en DNA van verdachte aangetroffen op bij de woning achtergelaten voorwerpen (tape, map, sok)
- Verdachte beriep zich gedurende het gehele strafproces op zijn zwijgrecht en gaf geen verklaring voor de belastende sporen
- Rechtbank oordeelde dat gedragingen als de bewezenverklaarde doorgaans worden verricht met oogmerk van diefstal
- Slachtoffer leed als gevolg van het incident aan een posttraumatische stressstoornis
- Verdachte had eerder onherroepelijke veroordelingen voor soortgelijke feiten
Samenvatting
Een man uit Breda stond in maart 2020 terecht voor een poging tot woningoverval in Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, die plaatsvond op 29 april 2019. Samen met een of meer anderen belde hij aan bij een woning en drong vervolgens de woning binnen nadat de bewoonster de deur opende.
Binnen in de hal ontstond direct een worsteling. De bewoonster werd met kracht aan haar haren naar achteren getrokken. Toen haar man vanuit de keuken op het geschreeuw afkwam, trof hij een van de indringers die zwaaide met een vuurwapen. Hij werd gedwongen terug naar binnen te gaan. Uiteindelijk lukte het de bewoner om zich naar buiten te worstelen en te schreeuwen, waarop de daders de vlucht namen zonder iets te hebben gestolen.
De verdachte ontkende elke betrokkenheid en beriep zich gedurende het hele strafproces op zijn zwijgrecht. Zijn raadsman voerde aan dat het aantreffen van vingerafdrukken en DNA-sporen op verplaatsbare voorwerpen bij de woning onvoldoende bewijs zou zijn voor een veroordeling. De rechtbank verwierp dit verweer. Op achtergelaten voorwerpen — een rol tape, een zwarte map en een sok — werden zowel dactyloscopische sporen als celmateriaal van de verdachte aangetroffen. Nu de verdachte hiervoor geen enkele verklaring gaf, oordeelde de rechtbank dat hij één van de daders moest zijn geweest.
Ten aanzien van het oogmerk van diefstal redeneerde de rechtbank dat gedragingen zoals die van deze avond doorgaans plaatsvinden met het doel te stelen. Omdat de verdachte zweeg en geen alternatieve verklaring aandroeg, achtte de rechtbank ook dit element bewezen.
De slachtoffers ondervinden nog steeds ernstige gevolgen van de overval. Bij de bewoonster is door een psycholoog een posttraumatische stressstoornis vastgesteld. Zij kampt dagelijks met slaapproblemen, angst, nachtmerries en herbelevingen. De rechtbank rekende het de verdachte zwaar aan dat hij geen openheid van zaken gaf en daarmee blijk gaf het laakbare van zijn handelen niet in te zien. Ook speelde mee dat hij eerder onherroepelijk was veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De officier van justitie eiste veertig maanden gevangenisstraf. De rechtbank legde een vrijheidsbenemende straf op, waarbij aftrek van de tijd in voorarrest werd meegerekend. Tevens werden vorderingen van de slachtoffers tot schadevergoeding behandeld, waarbij aan een van hen een bedrag van 2.750 euro aan immateriële schade was gevorderd.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:7169, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-10-2025, 02-810652-17
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:15739, Rechtbank Noord-Holland, 20-10-2025, 15/024441-23
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6193, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-09-2025, 02-088922-25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:11333, Rechtbank Noord-Holland, 09-09-2025, 15-359190-24 en 15-348354-24
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 maart 2020
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
15-287790-19
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2020:2170