Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2022:10913Strafrecht

Man veroordeeld voor drugshandel en witwassen, vrijgesproken voor invoer — RBNHO:2022:10913

strafrecht / drugshandel / illegale handel in geneesmiddelen / witwassen

Eiser / verzoeker

Openbaar Ministerie (officier van justitie mr. J.J. van Bree)

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte (naam geanonimiseerd)

De verdachte werd vrijgesproken van medeplegen van invoer van illegale stoffen (feit 1 primair) en witwassen van 5.100 euro (feit 7), maar veroordeeld voor de overige zes feiten waaronder medeplichtigheid aan invoer, drugshandel, handel in illegale geneesmiddelen en witwassen van 4.510 euro.

  • Vrijspraak feit 1 primair: beschikbaar stellen postadres en doorsturen pakketten kwalificeert als medeplichtigheid, niet als medeplegen
  • Vrijspraak witwassen 5.100 euro: contante storting voorafgaand aan criminele periode en te beperkt van omvang voor bewijsvermoeden
  • Veroordeling voor medeplichtigheid aan invoer illegale geneesmiddelen (subsidiair), handel in illegale geneesmiddelen, harddrugshandel, handel in benzodiazepinen en witwassen 4.510 euro
  • Bewezenverklaarde periodes voor feiten 2, 3 en 5 ingeperkt op gezamenlijk verzoek van OM en verdediging
  • Verdediging verzoekt strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn en psychische toestand verdachte

Samenvatting

Een man uit Noord-Holland stond terecht voor een reeks ernstige strafbare feiten: illegale handel in anabole steroïden en andere geneesmiddelen zonder vergunning, drugshandel in harddrugs zoals cocaïne, MDMA en dexamfetamine, handel in slaap- en kalmeringsmiddelen zoals diazepam en oxazepam, en witwassen. De feiten speelden zich af over een periode van meerdere jaren, ruwweg tussen 2014 en 2018, en vonden grotendeels plaats in Nieuw-Vennep en omgeving.

De aanklacht was omvangrijk. De verdachte zou samen met anderen illegale geneesmiddelen hebben ingevoerd, opgeslagen, te koop aangeboden en afgeleverd — waarbij meer dan honderd verschillende middelen op de tenlastelegging stonden. Daarnaast werd hij verdacht van handel in harddrugs én in zogenoemde lijst II-middelen (zoals slaappillen), en van twee gevallen van witwassen.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van twee van de acht aanklachten. Wat betreft de invoer van illegale werkzame stoffen: de verdachte had weliswaar zijn ouderlijk adres beschikbaar gesteld voor de ontvangst van pakketten en stuurde die pakketten vervolgens door, maar dat is volgens de rechtbank eerder medeplichtigheid dan medeplegen. Voor medeplegen is een 'nauwe en bewuste samenwerking' vereist waarbij de bijdrage van voldoende gewicht is. Die rol was hier simpelweg te beperkt. Het subsidiaire feit — medeplichtigheid — werd wel bewezen geacht.

Ook van één van de twee witwasverdenkingen werd de man vrijgesproken. Een contante storting van 5.100 euro in maart 2016, waarmee later vermoedelijk deels een auto werd aangeschaft, was naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om een witwasvermoeden op te baseren. Het bedrag was relatief klein, er was geen direct verband met bewezen misdrijven, en de storting vond bovendien plaats vóór de periode waarin de verdachte actief was in de illegale handel.

Voor de overige zes feiten volgde wel een veroordeling. De verdachte werd schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan de invoer van illegale stoffen, het medeplegen van handel in geneesmiddelen zonder handelsvergunning, de handel in harddrugs en benzodiazepinen, het bezit van die middelen op het moment van aanhouding in maart 2018, en het witwassen van 4.510 euro. De periodes voor de bewezen feiten werden op verzoek van zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging beperkt.

Bij de strafmaat speelden meerdere factoren een rol. De officier van justitie eiste 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk. De verdediging vroeg om strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn — de zaak had al lang gesleurd — en vanwege de psychische toestand van de verdachte ten tijde van de feiten. Ook wees de raadsvrouw op drie jaar contact met de reclassering en op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, dat relevant is als iemand voor meerdere zaken apart wordt berecht.

De rechtbank hield bij haar oordeel rekening met al deze omstandigheden, maar achtte een gevangenisstraf passend gezien de ernst en duur van de gepleegde feiten.

Betrokken advocaten

mr. E.P. Vroegh

verweerder

Vroegh Advocatenkantoor, 'S-HERTOGENBOSCH

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

8 december 2022

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

15/870573-18

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2022:10913

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter legt tbs op aan man die moeder aanviel met mes
Rechtbank Noord-Holland·31 mrt 2026
Strafrecht
RBNHO:2026:3268
Rechtbank Noord-Holland·26 mrt 2026
Strafrecht