Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2023:2359Strafrecht; Strafprocesrecht

ECLI:NL:RBNHO:2023:2359, Rechtbank Noord-Holland, 23-02-2023, 15-028102-22 (P) — RBNHO:2023:2359

Samenvatting

Zedenzaak met ontkennende verdachte. Hoewel uit het dossier is gebleken dat aangeefster, die inmiddels is overleden, verstandelijk beperkt was en leed aan een vorm van dementie, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van haar verklaring. Daarnaast vindt haar verklaring op belangrijke punten voldoende steun in de andere – objectieve en forensische – bewijsmiddelen. De verdachte heeft daar geen verklaring tegenover gesteld die de redengevendheid van het bewijs ontzenuwt. Ook een verklaring hoe het DNA van de verdachte op de incontinentieluier van aangeefster terecht is gekomen, ontbreekt. De rechtbank komt tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

23 februari 2023

Zaaknummer

15-028102-22 (P)

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2023:2359

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Haarlемse jongere veroordeeld voor schieten op Koningsdag
Rechtbank Noord-Holland·30 mrt 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht
RBNHO:2026:3312
Rechtbank Noord-Holland·18 feb 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht
RBNHO:2026:3295
Rechtbank Noord-Holland·18 feb 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht
RBNHO:2026:3306
Rechtbank Noord-Holland·18 feb 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht
RBNHO:2026:3308
Rechtbank Noord-Holland·18 feb 2026
Strafrecht; Strafprocesrecht