ECLI:NL:RBNHO:2023:2359, Rechtbank Noord-Holland, 23-02-2023, 15-028102-22 (P) — RBNHO:2023:2359
Samenvatting
Zedenzaak met ontkennende verdachte. Hoewel uit het dossier is gebleken dat aangeefster, die inmiddels is overleden, verstandelijk beperkt was en leed aan een vorm van dementie, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van haar verklaring. Daarnaast vindt haar verklaring op belangrijke punten voldoende steun in de andere – objectieve en forensische – bewijsmiddelen. De verdachte heeft daar geen verklaring tegenover gesteld die de redengevendheid van het bewijs ontzenuwt. Ook een verklaring hoe het DNA van de verdachte op de incontinentieluier van aangeefster terecht is gekomen, ontbreekt. De rechtbank komt tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGEAM:2025:16, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 02-04-2025, SXM202500327- LAR 51/2025
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2023:6053, Rechtbank Noord-Holland, 29-06-2023, 15/276589-22 (P)
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBNHO:2022:2338, Rechtbank Noord-Holland, 21-03-2022, 15/264421-20 en 15/218599-21 + 15/236626-20 (tul) en 15/274470-20 (ttz. gev.)
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBNHO:2021:8520, Rechtbank Noord-Holland, 06-10-2021, 15.313168.20; 15.285080.20, 15.069740.21, 15.162107.21 (ttz gev) (P)
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht; Strafprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 februari 2023
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Strafrecht; StrafprocesrechtZaaknummer
15-028102-22 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:2359