ECLI:NL:RBNHO:2023:3201, Rechtbank Noord-Holland, 07-04-2023, AWB - 22 _ 2878 — RBNHO:2023:3201
Samenvatting
Eiser en zijn echtgenote hebben de Spaanse nationaliteit en zij hebben een kind dat naar de kinderopvang gaat en zij krijgen daarvoor kinderopvangtoeslag (kot). De echtgenote was bezig met een promotieonderzoek aan een universiteit in Noord Ierland. Verweerder ging op onderzoek uit omdat de echtgenote bij de DUO niet als studente bekend was. Verweerder stelde zich op enig moment op het standpunt dat eiser geen recht (mee) had op kot omdat Noord Ierland niet meer tot de Europese Unie behoorde. Na diverse lange telefoongesprekken en de nodige correspondentie tussen partijen werd de kot stopgezet en van eiser werd een flink bedrag aan kot teruggevorderd. Tegen de desbetreffende beschikking heeft eiser bezwaar gemaakt. Hij liet zich daarbij bijstaan door een advocaat die zich uitvoerig ging verdiepen in het toeslagenrecht en de plaats daarvan in het internationale recht. Bij de uitspraken op bezwaar werd beslist dat eiser op basis van het nationale recht nog steeds recht had op kot. Verweerder kende eiser een proceskostenvergoeding op basis van het puntenstelsel van het Besluit proceskosten bestuursrecht met toepassing van een wegingsfactor van 1. In beroep maakt eiser aanspraak op een hogere proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelt dat van bijzondere omstandigheden die een hogere dan de forfaitaire vergoeding rechtvaardigen geen sprake is, omdat niet kan worden gezegd dat eiser door de handelwijze van verweerder op hoge kosten is gejaagd en de zaak ook niet van een meer dan gemiddelde zwaarte is omdat het internationale recht waarin de advocaat zich had verdiept helemaal niet van toepassing bleek te zijn. Beroep ongegrond.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:425, Centrale Raad van Beroep, 07-03-2025, 24/334 AOW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:18424, Rechtbank Den Haag, 11-11-2024, C/09/670570 / FA RK 24-5628
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:390, Gerechtshof Amsterdam, 27-02-2024, 200.329.513/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBAMS:2022:5574, Rechtbank Amsterdam, 23-09-2022, AWB - 20 _ 1765 en AMS 20_3880
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2023
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
AWB - 22 _ 2878
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:3201